Inhoud
De criteria voor regularisatie sinds 19/7/2009
De regering sprak op 18 en 19 juli 2009 nieuwe criteria voor regularisatie af. Op 19 juli 2009 werden de criteria vastgelegd in een instructie aan DVZ en in september 2009 werd de instuctie verduidelijkt in een vademecum. Ondanks de vernietiging van de instructie door de Raad van State (RvSt, nr. 198.769, 9 december 2009) verzekerden de bevoegde staatssecretaris en de DVZ dat de criteria van de instructie ten gronde blijven gelden en zullen toegepast worden. Een tiental situaties (1.1-1.2 en 2.1-2.8) komen hierdoor zeker voor regularisatie in aanmerking. De criteria gelden permanent, behalve punt 2.8 van de instructie: dat kon alleen ingeroepen worden tussen 15/9/2009 en 15/12/2009. Deze termijn bleef onveranderd toegepast na vernietiging van de instructie.
Naast deze 10 situaties blijft de staatssecretaris en de DVZ nog steeds bevoegd om discretionair te beslissen over regularisatie-aanvragen. Een uitzonderingsprocedure De verblijfsmachtiging op grond van artikel 9bis van de Verblijfswet (het vroegere "artikel 9, lid 3" Vw) is een gunst, geen recht. Daarom raden wij ten zeerste af om een beroep te doen op de procedure voorzien in artikel 9bis wanneer er een andere wettelijke basis is voor een recht op verblijf. In het bijzonder gaat men best eerst na of men niet in aanmerking komt voor gezinshereniging of het medisch verblijf of het statuut van slachtoffer van mensenhandel. De vreemdeling die zich beroept op artikel 9bis moet in principe "buitengewone omstandigheden" aantonen die rechtvaardigen waarom de aanvraag voor een machtiging tot verblijf wordt ingediend in België en niet bij de Belgische diplomatieke of consulaire post in het buitenland. - Wie voldoet aan de inhoudelijke criteria voor regularisatie zoals omschreven in de instructie van 19/7/2009, zou ook voldoen aan de buitengewone omstandigheden. Dat werd alleszins mondeling toegezegd door de overheid bij toelichtingen van de instructie.
- Toch moeten de buitengewone omstandigheden steeds expliciet worden aangetoond en gemotiveerd in de aanvraag. Immers, als de aanvraag niet voldoet aan de criteria van 19/7/2009 en als er geen buitengewone omstandigheden aangetoond zijn, dan zal de DVZ de aanvraag onontvankelijk verklaren. In haar arrest van 27 juni 2007 ( n°172.824) stelt de Raad van State immers dat de vreemdeling klaar en duidelijk in zijn aanvraag moet vermelden welke de buitengewone omstandigheden zijn die hem verhinderen zijn aanvraag bij de diplomatieke dienst in het buitenland in te dienen en dat uit zijn uiteenzetting duidelijk moet blijken waaruit het ingeroepen beletsel precies bestaat. >>> wanneer zijn er buitengewone omstandigheden?
De criteria voor regularisatie zijn niet bepaald in de wet. Het is de Minister (staatssecretaris) en de Dienst Vreemdelingenzaken die daar over oordelen. Er bestaan wel instructies van de Minister aan de DVZ, en administratieve praktijken binnen de DVZ. Openbare of algemene richtlijnen moeten uiteraard worden toegepast (omwille van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur). In het algemeen wordt regularisatie alleen toegestaan als daar ernstige humanitaire redenen voor zijn. De belangrijkste criteria voor regularisatie staan in de instructie van 19/7/2009 aan de DVZ. Daarnaast zijn er nog enkele andere situaties die ook in aanmerking kunnen komen volgens de praktijk van de DVZ. Een aanvraag kan zinvol zijn in één van de volgende gevallen: Een prangende humanitaire situatie wil zeggen een situatie die dermate klemmend is dat de persoon zich er niet van kan ontdoen en waarbij een verwijdering een schending van een fundamenteel recht met directe werking in België zou kunnen inhouden, zodat een verder verblijf in België de enige oplossing is. Uitsluitingsgronden voor regularisatie Fraude en gevaar voor openbare orde zijn uitsluitingsgronden voor regularisatie. DVZ beslist hierover geval per geval, volgens de zwaarte of herhaling van de feiten, de actuele relevantie van de feiten voor de regularisatieaanvraag en de evenredigheid tussen negatieve en positieve elementen in de aanvraag. DVZ motiveert haar beslissingen in feite en in rechte. Feiten gepleegd in het buitenland kunnen ook een reden van uitsluiting zijn zoals in het geval van een asielzoeker die van het statuut van vluchteling uitgesloten wordt omdat hij bepaalde zeer ernstige misdrijven zou gepleegd hebben. Geen invloed op verblijfssituatie? Artikel 9bis Vw is geen rechtsmiddel tegen een verwijderingsmaatregel en heeft in principe geen enkel gevolg voor de verblijfsstatus van de betrokkene. - Wie illegaal op het grondgebied verblijft zal geen verblijfsrecht krijgen in afwachting van een antwoord op de "regularisatie"-aanvraag.
- Andersom echter laat de rechtspraak niet zomaar toe dat DVZ een regularisatie-aanvrager zou uitwijzen (BGV afleveren) of opsluiten voor repatriëring, zolang DVZ nog geen beslissing nam over de aanvraag artikel 9bis Vw. Dus als een aanvraag artikel 9bis Vw werd ingediend vooraleer een BGV werd uitgevaardigd, moet DVZ eerst nagaan welke elementen en argumenten ingeroepen worden, vooraleer zij een BGV kan afgeven en vooraleer zij betrokkene kan repatriëren.
Volgens de Franstalige kamers van de Raad van State (RvS 1 oktober 2009, nr. 196.577 en RvS 3 december 2009, nr. 198.507) houdt elke afgifte van een BGV aan een vreemdeling met een hangende regularisatieaanvraag een schending in van de formele motiveringsplicht. De DVZ moet immers het beginsel van behoorlijk bestuur respecteren en een beslissing nemen op basis van alle elementen in het dossier.
De Raad van State casseert met deze arresten twee principearresten van de RvV (RvV 31/07/2008 nrs. 14.727 en 14.731) die stelden dat de overheid enkel verplicht is een aangehaalde schending van fundamentele rechten te beoordelen vooraleer een BGV af te leveren. De Nederlandstalige kamers van de Raad van State namen echter vaak afstand van het standpunt van de Franstalige kamers, waardoor er geen eenheid van rechtspraak is.
te staven. De praktijk van DVZ:
Op de contactvergadering van het BCHV van 8 juni 2010 lichtte de DVZ haar huidige praktijk toe wanneer een asielaanvraag wordt afgewezen terwijl er nog een andere aanvraag om machtiging tot verblijf is ingediend.
De asielprocedure voorziet dat DVZ, na beëindiging ervan, een BGV (bijlage 13quinquies) aflevert. Maar de motiveringsplicht en het behoorlijk bestuur verzet zich daartegen. DVZ handelt als volgt: Als een 9bis aanvraag is ingediend (regularisatie-aanvraag) geeft de DVZ enkel in de volgende gevallen geen uitwijzingsbevel af:
o Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een persoon zal worden geregulariseerd (bv persoon voldoet aan de regularisatiecriteria ivm lange procedure of andere criteria die toegelicht zijn in de instructie van 19/7/2009): het bureau asiel van DVZ vraagt aan het bureau humanitaire regularisaties van DVZ om de regularisatie-aanvraag prioritair te behandelen.
o Er zijn concrete aanwijzingen dat repatriëring een schending zou uitmaken van fundamentele rechten zoals art. 3 of 8 EVRM: bureau asiel van DVZ vraagt aan bureau humanitaire regularisaties van DVZ om de regularisatie-aanvraag prioritair te behandelen.
In andere gevallen waarbij een 9bis aanvraag is ingediend (zonder aanwijzingen dat de criteria van de instructie van 19/7/2009 voldaan zijn en zonder dat art. 3 of 8 EVRM zou kunnen geschonden worden) geeft de DVZ wél nog een uitwijzingsbevel af. Deze praktijk lijkt dus in strijd te zijn met arresten nr. 196.577 en nr. 198.507 van de Raad van State.
Verloop van de procedure Indienen van de aanvraag In principe verloopt de procedure artikel 9bis Vw volledig schriftelijk. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente van de feitelijke verblijfplaats van de aanvrager. Dit is van het grootste belang omdat de aanvraag anders niet in overweging zal worden genomen. Om bewijsproblemen te vermijden is het aangewezen de aanvraag bij aangetekend schrijven te versturen. Het is beter om de aanvraag in te dienen als men nog legaal in het land verblijft. De aanvraag dient ondertekend te worden door de aanvrager of zijn advocaat. De aanvraag moet de volgende gegevens bevatten: - het verzoek om een machtiging tot verblijf hetzij voor bepaalde duur (preciseren hoe lang), hetzij voor onbepaalde duur op basis van artikel 9bis Vw;
- het verzoek aan de burgemeester om de aanvraag artikel 9bis Vw over te maken aan de Dienst Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken;
- zo mogelijk het dossiernummer bij de Dienst Vreemdelingenzaken (het vroeger openbaar veiligheidsnummer);
- alle relevante persoonsgegevens aangaande de aanvrager (naam, voornaam, geboorteplaats, geboortedatum, nationaliteit en burgerlijke stand) met een kopie van een identiteitsdocument of de motivering waarom de aanvrager deze niet kan leveren. Zonder deze informatie is de aanvraag onontvankelijk.
- de "bijzondere omstandigheid" die ertoe leidt dat de aanvraag in België wordt ingediend en niet via de bevoegde consulaire of diplomatieke post kon of kan worden ingediend;
- een uiteenzetting van de redenen waarom de aanvrager meer dan drie maanden in België wenst te blijven;
- de vermelding van de feitelijke verblijfplaats van de betrokkene;
- de vermelding van de gekozen woonplaats (lees meer);
- een overzicht van de samenstelling van het gezin;
- beschikbare (bewijs)stukken die de bovenstaande vermeldingen staven.
Voor aanvragen sinds 19/7/2009 stelt de overheid een standaard aanvraagformulier ter beschikking. Dit aanvraagformulier vindt u achteraan het vademecum. Het is niet verplicht maar nog steeds bruikbaar. Personen die duidelijk voldoen aan een van de criteria van de instructie van 19/7/2009 verwijzen best naar het betreffende criterium (1.1, 1.2., 2.1, 2.2... tot 2.8.A of 2.8.B) waarop zij zich willen beroepen. Men kan zich ook in één verzoekschrift op meerdere criteria van deze instructie tegelijk beroepen.
Het is van groot belang om de door de wet vereiste "buitengewone omstandigheden" duidelijk te motiveren, en om zoveel mogelijk de aangehaalde argumenten te personaliseren. Hoe beter de aanvraag gemotiveerd is, hoe meer kans op een positieve beslissing. DVZ moet een negatieve beslissing motiveren, d.w.z. DVZ moet antwoord geven op alle aangehaalde elementen. Taal van de aanvraag Personen die reeds een asielaanvraag indienden en na het afwijzen van deze asielaanvraag een regularisatie willen aanvragen moeten dit doen in dezelfde taal als degene waarin de asielprocedure verliep. Deze verplichting geldt tot zes maanden na het afwijzen van de asielaanvraag. Nadien kan men terug vrij kiezen tussen het Nederlands, Frans en het Duits. De vreemdeling die nooit een asielaanvraag heeft ingediend blijft vrij om één van de landstalen te gebruiken. Verplicht identiteitsdocument bijvoegen! Sinds 1 juni 2007 vermeldt de wet expliciet dat men over een identiteitsdocument moet beschikken om de aanvraag te kunnen doen: - In principe moet een internationaal erkend paspoort of een nationale identiteitskaart voorgelegd worden. De geldigheid van deze documenten mag reeds verlopen zijn. Vreemdelingen die geen identiteitsdocumenten kunnen voorleggen, moeten aantonen dat ze in de onmogelijkheid verkeren om aan deze documenten te geraken.
- Deze verplichting geldt niet voor asielzoekers wiens asielprocedure nog in behandeling is door het CGVS of de RVV. Indien er een toelaatbaar cassatieberoep of een (oud) annulatieberoep hangende is bij de RvS tegen een afgewezen asielprocedure, geldt de verplichting ook niet (zie o.m. RvS 13 februari 2009, nr. 190.417 in de rechter kolom).
Let op: een regularisatie-aanvrager wiens asielaanvraag definitief afgewezen wordt, moet zijn lopende regularisatie-aanvraag vervolledigen met een identiteitsbewijs of met een schriftelijke verklaring waarom het onmogelijk is om een dergelijk document in België te bekomen. Anders zal de DVZ de aanvraag onontvankelijk verklaren. De ontvankelijkheid van een 9bis aanvraag wordt immers door de DVZ beoordeeld op het moment van de beslissing en niet op het moment van de aanvraag. Nieuwe aanvraag: alleen nieuwe gegevens komen in aanmerking! De aanvraag mag sinds 1 juni 2007 niet meer steunen op elementen die reeds voordien werden ingeroepen of hadden moeten ingeroepen worden in een asielprocedure, een medische verblijfsaanvraag of een vroegere regularisatieaanvraag. Indien er geen nieuwe elementen zijn wordt de aanvraag immers onontvankelijk verklaard. Elementen die reeds werden ingeroepen tijdens een asielaanvraag, maar die afgewezen werden omdat ze geen grond vormden voor de erkenning als vluchteling of voor de toekenning van het subsidiair beschermingsstatuut, kunnen wel nog gebruikt worden bij een regularisatieaanvraag op grond van artikel 9bis Vw. Personen wiens aanvraag artikel 9 lid 3 of 9bis Vw in het verleden werd afgewezen (meestal als "onontvankelijk"), maar die nu onder de nieuwe criteria van de instructie van 18/7/2009 vallen, kunnen een nieuwe aanvraag artikel 9bis Vw indienen. De nieuwe instructie wordt aanzien als een nieuw element dat een nieuwe aanvraag rechtvaardigt. Dat werd mondeling bevestigd door de bevoegde staatssecretaris en door de DVZ. Lopende aanvraag: aanvullen met bijkomende gegevens! Nieuwe of bijkomende gegevens en adreswijzigingen kunnen na het indienen van de aanvraag steeds worden gemeld bij de gemeente van de feitelijke verblijfplaats ter aanvulling van het dossier ofwel rechtstreeks bij de DVZ via aangetekend schrijven of per fax. Het specifieke e-mailadres voor actualisaties van regularisatieaanvragen is afgeschaft sinds 16/12/2009. Het blijft echter belangrijk wijzigingen en actualisaties mee te delen. DVZ beoordeelt de aanvraag immers op het moment van haar beslissing, op basis van alle feiten en argumenten die haar dan bekend zijn. Nieuwe info of bijkomende stukken kunnen aan DVZ verstuurd worden via de volgende coördinaten:
• DVZ, Antwerpsesteenweg 59b, 1000 Brussel (vermeld best het bevoegde bureau)
• DVZ bureau humanitaire regularisaties: fax 02/274.66.71
• DVZ bureau lang verblijf: fax 02/274.66.85 (NL) en 02.274.66.02 (FR): voor personen die al gemachtigd zijn tot verblijf met een BIVR
Adreswijzigingen moeten op de gemeente van indiening en aan DVZ meegedeeld worden.
Woonstcontrole De aanvragen die bij de gemeenten worden ingediend, moeten eerst door de gemeenten worden gecontroleerd op het verblijfadres van de aanvrager. Deze controles kunnen door ambtenaren van de gemeente of door de politie (wijkagenten) uitgevoerd worden. De gemeente moet nagaan of de aanvrager zich feitelijk op haar grondgebied bevindt, omdat zij enkel bevoegd is voor personen die werkelijk op haar grondgebied verblijven. In principe moet de gemeente de woonstcontrole binnen de tien dagen na de aanvraag uitvoeren (omzendbrief 21/6/2007) maar in de praktijk duurt het in sommige gemeenten (veel) langer. Aanvragers die lange tijd na de aanvraag nog geen bericht kregen van de gemeente, kunnen best zelf contact opnemen met de gemeente om dit te melden en om na te vragen of er geen probleem is met de woonstcontrole. Het niet respecteren van de termijn van tien dagen is niet aan sancties vanwege DVZ onderworpen. Het administratief toezicht op de gemeenten is een gewestelijke bevoegdheid.
- Indien de vreemdeling niet verblijft op het opgegeven adres zal de aanvraag niet in overweging worden genomen. De aanvrager krijgt dan een "bijlage 2": een beslissing tot niet-inoverwegingname. Het dossier wordt dan niet door de DVZ onderzocht. Dergelijke beslissing moet worden betekend aan de aanvrager en is vatbaar voor hoger beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- Verblijft de aanvrager wel in de gemeente, dan krijgt de aanvrager een ontvangstbewijs (een bijlage 3). Op het ontvangstbewijs moet echter de datum van het indienen van de aanvraag vermeld worden en niet de datum van controle van de woonplaats of van afgifte van het ontvangstbewijs. De gemeente moet de aanvraag dan onverwijld doorsturen naar de DVZ, met een kopie van het verslag van de woonstcontrole. Als DVZ geen verslag van woonstcontrole ontvangt, stuurt DVZ de aanvraag terug naar de gemeente met de vraag om het verblijfsadres te controleren en de aanvraag daarna met het verslag op de sturen.
- De gemeente kan een advies over de regularisatieaanvraag overmaken aan de DVZ. Maar de gemeente kan niet weigeren om een aanvraag 9bis aan DVZ op te sturen, bijvoorbeeld als de aanvrager niet ingaat op een uitnodiging van de gemeente.
Administratieve verwerking door DVZ De DVZ moet eerst de 9bis aanvragen die vanuit de gemeenten worden gestuurd, elektronisch verwerken. Documenten moeten worden ingescand in een elektronisch dossier. Men moet daarom rekening houden met een zekere administratieve verwerkingstijd. Beoordeling door DVZ De DVZ behandelt in principe eerst de oudste aanvragen. Dit principe is niet absoluut. Sommige dossiers worden prioritair behandeld: bepaalde medische of humanitaire problematieken, rechterlijke beslissingen, dossies van personen die opgesloten zijn in afwachting van hun repatriëring. Een instructie van Fedasil van 17 september 2010 geeft ook aan regularisatieaanvragers die zich in asielopvang bevinden de mogelijkheid om hun regularisatieaanvragen prioritair te laten behandelen door DVZ >> lees meer. Beslissing De DVZ zal over de doorgestuurde aanvragen een beslissing nemen en deze terug overmaken aan de burgemeester. Vervolgens zal de gemeente de vreemdeling oproepen om zich de beslissing te laten betekenen. De DVZ kan drie soorten beslissingen nemen: - Wanneer de identiteitsdocumenten niet bij de aanvraag gevoegd werden (of de reden van hun afwezigheid niet werd meegedeeld), of wanneer er geen buitengewone omstandigheden zijn die verantwoorden waarom de aanvraag in België wordt ingediend, verklaart de Dienst Vreemdelingenzaken de aanvraag onontvankelijk.
- Wanneer de aanvraag wel ontvankelijk wordt verklaard, maar de argumenten ten gronde afgewezen worden, wordt de aanvraag ongegrond verklaard.
- Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart de DVZ de aanvraag ontvankelijk en gegrond, en vraagt aan de gemeente om betrokkene in te schrijven in het vreemdelingenregister en een "Bewijs van inschrijving in het Vreemdelingenregister (BIVR)" af te leveren:
- voor beperkte duur, dat eventueel vernieuwd kan worden (elektronische A kaart ; of tot eind 2008 kon de gemeente nog een kartonnen BIVR - witte kaart voor beperkte duur afleveren): voor punt 2.8.B van de nieuwe instructie van 19/7/2009 (economische regularisatie, na toekenning van arbeidskaart B) wordt een BIVR van 1 jaar afgeleverd, dat kan vernieuwd worden als betrokkene op het einde van het jaar opnieuw een arbeidskaart B voorlegt.
- of van 5 jaar voor onbeperkte duur (elektronische B kaart ; tot eind 2008 kon de gemeente nog een kartonnen BIVR -witte kaart van onbepaalde duur afleveren): volgens het vademecum dat de instructie van 19/7/2009 toelicht wordt voor punten 1.1 tot en met 2.8.A van de instructie steeds een verblijfsmachtiging van onbeperkte duur toegestaan.
In individuele gevallen waarin de DVZ niet meteen kan beslissen, kan de bevoegde minister (staatssecretaris) eerst een advies vragen aan de Commissie van Advies voor Vreemdelingen (art. 32 Verblijfswet en KB van 28 juli 1981). De leden van deze Commissie (CAV) zijn benoemd door het K.B. van 4/2/2010. De CAV bestaat uit een magistraat, een advocaat en een vertegenwoordiger van een organisatie. De Dienst Vreemdelingenzaken verzorgt het secretariaat van de CAV maar neemt niet deel aan haar beraadslagingen. Bij een oproeping voor de CAV kan de vreemdeling (regularisatie-aanvrager) uit de lijst van benoemde organisaties kiezen welke organisatie in zijn dossier moet zetelen in de CAV; hij kan ook kiezen of de hoorzitting in het Nederlands of in het Frans gebeurt; en hij kan zijn eigen advocaat (en tolk) meenemen naar de zitting. De aanvrager wordt dan persoonlijk opgeroepen voor een hoorzitting waarbij de CAV bestaat uit drie leden: een benoemde magistraat, een benoemde advocaat, en de gekozen benoemde organisatie. De CAV geeft een gemotiveerd advies over de regularisatie-aanvraag maar uiteindelijk beslist de bevoegde minister (staatssecretaris).
Een lopende asielprocedure of lopend beroep bij de Raad van State tegen een afgewezen asielprocedure wordt automatisch stopgezet bij de toekenning van een definitieve verblijfsvergunning tenzij betrokkene zich uitdrukkelijk tegen een stopzetting verzet. Het verzet tegen stopzetting van de asielprocedure kan nuttig zijn, aangezien een vluchteling bepaalde rechten en bescherming geniet die een geregulariseerde niet heeft. Beroep Wanneer de beslissing negatief is, eventueel gepaard gaand met een BGV, worden de redenen van weigering vermeld. Hiertegen kan men binnen de 30 dagen een schorsings- en/of annulatieberoep instellen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Wanneer er een fundamenteel mensenrecht van de vreemdeling bedreigd wordt kan men ook een beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg (eventueel in kort geding). Administratieve praktijken die afwijken van regelgeving en criteria kunnen gemeld worden: Verlenging van tijdelijke regularisatie Een regularisatie kan direct definitief zijn (B kaart), of kan tijdelijk zijn (A kaart). Het bureau lang verblijf van DVZ beslist over de verlenging van tijdelijke verblijfsvergunningen (A kaart) en over de omzetting van tijdelijke naar definitieve regularisatie (B kaart). Dat kan aangevraagd worden bij DVZ of bij de gemeente. Elke vreemdeling met een tijdelijk BIVR moet zich tussen de 45ste en 30ste dag voor deze afloopt, aanbieden op de gemeente. Als DVZ na een tijdige aanvraag niet op tijd beslist over de verlenging of omzetting, kan best rechtstreeks contact opgenomen worden met het bureau lang verblijf. Er ontbreken dan mogelijk bepaalde documenten die dan kunnen worden doorgefaxt. Beleid sinds 19/7/2009 In het kader van de instructie van 19/7/2009 wijzigde het beleid. De situaties die zijn opgesomd in de punten 1.1 tot 2.8.A. van de instuctie geven meteen aanleiding tot een definitieve regularisatie. Dat geldt ook voor de familieleden (echtgenoten, kinderen ten laste, samenwonende partners in het kader van een duurzame relatie) die in de regularisatie-aanvraag vermeld zijn en die mee de regularisatie aanvroegen, ook al voldoen zij op zichzelf niet aan de voorwaarden. Alleen de situatie in punt 2.8.B. van de instructie geeft nog aanleiding tot een tijdelijke regularisatie. Maar ook situaties die niet opgesomd zijn in de instructie kunnen nog aanleiding geven tot een tijdelijke regularisatie. Buiten de instructie wordt de oude praktijk van voor 19/7/2009 nog toegepast. De situatie voor 19/7/2009 (nog toegepast voor regularisaties 2.8.B. + buiten instructie) Bij tijdelijke regularisaties legt de DVZ bepaalde voorwaarden op die moeten vervuld worden tijdens de periode van het toegestane verblijf. Vaak gaat het om een voorwaarde om te werken, maar het kunnen ook andere voorwaarden zijn. Uit de praktijk van voor eind 2008 bleek dat deze voorwaarden voor verlenging van tijdelijke regularisaties vooral aansporingen waren tot integratie aan de betrokkene, die niet altijd letterlijk moesten ingevuld worden. Indien een voorwaarde om te werken niet vervuld was maar betrokkene bv. wel een beroepsopleiding of taallessen had gevolgd of gesolliciteerd had, dan kreeg hij wel een verlenging van de tijdelijke regularisatie met opnieuw een voorwaarde om te werken. Sinds eind 2008 werd het beleid inzake verlenging van tijdelijke regularisaties aanzienlijk verstrengd (op instructie van de Minister van Migratie en Asiel). - Als de betrokkene de voorwaarden tijdens de eerst toegestane periode niet vervult, zal DVZ voortaan in principe geen verlenging van de verblijfsvergunning meer toestaan. Betrokkene krijgt dan na het verlopen van zijn BIVR (A kaart) een uitwijzingsbevel. Ook als betrokkene aantoont dat hij wel alle mogelijke inspanningen gedaan heeft om de voorwaarden te vervullen maar dat dit niet gelukt is, zal DVZ voortaan in principe geen verlenging toestaan. DVZ zou alleen nog van deze strenge houding afwijken als er daartoe dwingende humanitaire redenen zijn. Toenmalig Minister van Asiel en Migratie Turtelboom bevestigde in de Senaat dat zij een nieuwe instructie gaf aan de DVZ maar specificeert alleen dat het verblijf van personen die afhankelijk zijn van het OCMW niet meer zal verlengd worden als hun persoonlijke situatie de terugkeer naar het land van herkomst mogelijk maakt.
- Als betrokkene de voorwaarden tijdens de eerst toegestane periode vervult, zal de DVZ een verlenging van de verblijfsvergunning toestaan. Maar het zal in principe opnieuw een tijdelijke verblijfsvergunning zijn (A kaart), met opnieuw dezelfde voorwaarde die moet vervuld worden om in aanmerking te komen voor een volgende verlenging. Pas als betrokkene 3 opeenvolgende keren de opgelegde voorwaarde vervult, zal de DVZ in principe een verblijfsvergunning voor onbepaalde duur zonder voorwaarden (B kaart) toestaan.
Deze beleidswijziging werd niet verder toegelicht. >> zie ook nieuwsbriefbericht van 6 februari 2009 Overgangsmaatregel oude aanvragen artikel 9, lid 3 Regularisatieaanvragen die werden ingediend voor 1 juni 2007, op grond van artikel 9 lid 3 van de Verblijfswet, worden behandeld volgens de oude bepalingen. Een aanvulling van een dossier ingediend als art. 9 lid 3 kan nog steeds via aangetekend schrijven of per fax naar de DVZ zelf worden opgestuurd. Dit hoeft dus niet via de gemeente. Inschrijving na regularisatie Wanneer een vreemdeling is geregulariseerd, zal hij zich bij de gemeente moeten aanbieden om in het rijksregister te worden ingeschreven. Dat is een bevoegdheid van de gemeente in het kader van de wetgeving op het rijksregister en bevolkingsregister. De inschrijving zal gebeuren op de datum van de beslissing van de DVZ.
Voor de DVZ volstaat een vervallen paspoort voor identificatie en inschrijving in het vreemdelingenregister. Bij gebrek aan (vervallen) paspoort is inschrijving in het vreemdelingenregister mogelijk met de vermelding “DECL” indien de onmogelijkheid om een paspoort te bekomen is aangetoond in de regularisatie-aanvraag.
|