Algemeen
Het recht om te huwen is een mensenrecht dat onder meer is opgenomen in artikel 12 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en artikel 23 van het Internationaal Verdrag van de Burgerlijke en Politieke Rechten. Op basis van dit mensenrecht is strikt genomen geen legaal verblijf vereist voor het afsluiten van een huwelijk. Dit wordt bevestigd in de Omzendbrief van 17 december 1999 inzake de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk. Hieruit volgt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de opmaak van de huwelijksaangifte en de voltrekking van het huwelijk niet kan weigeren op grond van het loutere feit dat een vreemdeling illegaal in België verblijft.
In het kader van de strijd tegen schijnhuwelijken blijkt echter dat de uitoefening van dit recht steeds minder evident wordt.
De basiswetgeving over het huwelijk maakt deel uit van het Burgerlijk Wetboek: Welke wetgeving wordt toegepast indien één van de aanstaande echtgenoten (of beiden) met een vreemde nationaliteit in België wil(len) huwen? De nationale wet van de persoon regelt in principe de grondvoorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk. Wanneer beide partners een verschillende nationaliteit bezitten wordt de nationale wet van elk van beiden toegepast. De wetgeving van het land van herkomst van de vreemdeling wordt dus gevolgd, tenzij de toepassing ervan zou leiden tot een resultaat dat strijdig is met de openbare orde. De vormvereisten voor het huwelijk daarentegen worden bepaald door de wet van de plaats van voltrekking van het huwelijk. Zo zal een huwelijk dat in België plaatsvindt naar Belgisch recht geschieden. In deze tekst gaan we enkel in op de Belgische huwelijkswetgeving. U leest meer over de toepassing van de buitenlandse wetgeving op de pagina's over het Internationaal Privaatrecht. HuwelijksvoorwaardenHet huwelijk is een contract waarbij de toekomstige echtgenoten elkaar tot echtgenoot nemen. Deze wederzijdse toestemming op zich volstaat niet om te kunnen spreken van een huwelijk. Verschillende grond- en vormvoorwaarden bepalen of en op welke wijze het huwelijk kan gesloten worden. Indien aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, bestaat er een huwelijksbeletsel.
- Huwelijk opengesteld voor personen van hetzelfde geslacht
Sinds 1 juni 2003 (wet van 13/02/2003, BS 28/02/2003) kunnen ook personen van hetzelfde geslacht met elkaar huwen.
Vanaf 1 oktober 2004 kunnen holebi's ook huwen met hun partner van buitenlandse nationaliteit. De omzendbrief van 23/01/2004 (B.S. 27/01/2004) liet dit reeds toe vanaf februari 2004, maar de wettelijke grondslag kwam er met de Wet van 16/07/2004 betreffende het Wetboek Internationaal Privaatrecht.
- Beide personen moeten minimum 18 jaar oud zijn
De Jeugdrechtbank kan om gewichtige reden deze leeftijdsvoorwaarde opheffen. De vordering voor de Jeugdrechtbank wordt ingediend bij wijze van verzoekschrift, ofwel door beide ouders, ofwel door één van hen, ofwel door de voogd, ofwel door de minderjarige indien de ouders of de voogd niet in het huwelijk toestemmen. De procedure wordt ingeleid tegen een bepaalde dag. De Jeugdrechtbank doet uitspraak binnen 15 dagen, nadat de ouders (of de voogd), de minderjarige en de aanstaande echtgenoot werden opgeroepen en de procureur des Konings werd gehoord. Hoger beroep tegen het vonnis van de Jeugdrechtbank is mogelijk binnen acht dagen na de uitspraak. Het Hof doet op zijn beurt uitspraak binnen 15 dagen. Tegen het vonnis of arrest is geen verzet mogelijk.
- Toestemming van de echtgenoten
De toestemming van de echtgenoten is noodzakelijk voor het totstandkomen van het huwelijk. Van toestemming is geen sprake waneer één van de betrokkenen bijvoorbeeld gedwongen wordt, krankzinnig of dronken is.
Huwelijksbeletsels
- Geen schijnhuwelijk
- Bloed- en aanverwantschap
Het huwelijk is verboden tussen:
- alle bloedverwanten in de rechte opgaande en neerdalende lijn en de aanverwanten in dezelfde lijn
- broers, zussen en/of tussen broer en zus
- oom en nicht of neef, of tussen tante en nicht of neef. De Koning kan echter dit verbod opheffen
- adoptanten en de geadopteerde of zijn afstammeling
- geadopteerde en de echtgenoot van de adoptant en, omgekeerd tussen de adoptant en de echtgenoot van de geadopteerde
- de adoptieve kinderen van eenzelfde adoptant. (ontheffing door de Koning mogelijk)
- de geadopteerde en de kinderen van de adoptant (ontheffing door de Koning mogelijk)
- Monogamie
Een eerder afgesloten huwelijk moet ontbonden zijn vooraleer men opnieuw kan huwen.
Dit beginsel is absoluut en van toepassing op zowel Belgen als vreemdelingen.
Let wel!: na een echtscheiding kan men pas hertrouwen nadat de beroepstermijnen zijn verstreken in het kader van de echtscheidingsprocedure.
Huwelijksaangifte- Algemeen
Eén van de aanstaande echtgenoten of beiden moet(en) persoonlijk een aangifte van het huwelijk doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, die hiervan een akte van aangifte opmaakt. De akte van aangifte moet samen met de ambtenaar van de burgerlijke stand ondertekend worden door de aangever(s). Als slechts één van de partners aanwezig is, moet hij in het bezit zijn van een voor echt verklaarde volmacht van de andere partner.
Welke ambtenaar van de burgerlijke stand is bevoegd? De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar, op de datum van de opmaak van de akte van huwelijksaangifte, één van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft.
Indien geen van beiden een inschrijving heeft in een van deze registers of indien de actuele verblijfplaats van één van hen of beiden om gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt, kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de actuele verblijfplaats van één van de aanstaande echtgenoten. >>> meer info over de bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand
Ambtenaren van de burgerlijke stand moeten elkaar en Dienst Vreemdelingenzaken informeren over huwelijksaangiften van mensen zonder wettig verblijf. De omzendbrief van 13/09/2005 (B.S. 6/10/2005) stelt dat de ambtenaren van de burgerlijke stand bij de opmaak van een huwelijksaangifte voor een persoon zonder wettelijk verblijf, onmiddellijk per fax (of in uitzonderlijke gevallen per e-mail) Dienst Vreemdelingenzaken hiervan op de hoogte moeten brengen. DVZ zal binnen de 30 kalenderdagen na de ontvangst van deze mededeling de relevante inlichtingen (huwelijk in het buitenland, geweigerd huwelijk, feitelijke samenwoonst met een andere persoon, …) overmaken aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
De Dienst Vreemdelingenzaken gaat niet meer over tot de gedwongen uitvoering van een bevel om het grondgebied te verlaten dat werd of wordt afgeleverd aan een persoon zonder wettig verblijf, indien deze aangifte deed van een huwelijk met een Belg of een vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van meer dan 3 maanden of vestiging. Deze opschorting geldt tot aan de dag volgend op de dag van de huwelijksvoltrekking of tot de dag van de weigering van de huwelijksvoltrekking of tot het verstrijken van de termijn waarbinnen het huwelijk dient voltrokken te worden, op voorwaarde dat de vreemdeling een geldig identiteitsbewijs heeft en de ABS bevestigt dat de huwelijksaangifte reeds werd ingeschreven in het register van de aangiften. Er is geen opschorting indien het bevel werd afgeleverd op basis van artikel 7, eerste lid, 3° tot 11° van de Verblijfswet van 15 december 1980 (omzendbrief van 13/09/2005 (B.S. 6/10/2005 van de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken).
- Vereiste documenten
Artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek en de omzendbrief van 17 december 1999 verduidelijken welke documenten beide partners moeten voorleggen.
Voor elk van de aanstaande echtgenoten zijn volgende documenten nodig:
- een voor eensluidend verklaard afschrift van de geboorteakte. Een uittreksel van de geboorteakte volstaat dus niet. Niet iedereen is in de mogelijkheid een geboorteakte voor te leggen. Wie bijvoorbeeld zijn land ontvluchtte, kan vaak niet alle nodige documenten meenemen. De partner die onmogelijk een geboorteakte kan voorleggen, kan een procedure starten ter vervanging van de geboorteakte.
- een bewijs van identiteit (b.v. een identiteitskaart of een paspoort)
- een bewijs van nationaliteit
- een bewijs van ongehuwde staat, en in voorkomend geval van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken. De aangifte kan dus onmogelijk gebeuren terwijl 1 of beide aanstaande echtgenoten nog in een echtscheidingsprocedure zitten.
- een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats (evenals in voorkomend geval een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan 3 maanden). De actuele verblijfplaats kan bevestigd worden door de wijkagent.
- een schriftelijk bewijs uitgaande van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige aanstaande echtgenoot, waaruit diens instemming met de aangifte blijkt
- een akte van gewoonterecht (certificat de coutûme). Dit is ieder ander authentiek stuk waaruit blijkt dat in hoofde van de betrokken is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden om een huwelijk te mogen aangaan. Dit document moet de ambtenaar van de burgerlijke stand toelaten na te gaan of is voldaan aan de door het toepasselijke recht gestelde voorwaarden, of ieder ander document dat de ambtenaar van de burgerlijke stand noodzakelijk vindt om te kunnen nagaan of aan de gestelde voorwaarden is voldaan (bv. een eventuele ontheffing van de leeftijdsvereiste door de jeugdrechtbank, enz.)
Let op: De wet van 3 december 2005 (B.S. 23-12-2005), verduidelijkt door de omzendbrief van 16 januari 2006 (B.S. 23-01-2006), heeft de formaliteiten voor de aangifte van een huwelijk aanzienlijk vereenvoudigd. Aanstaande echtgenoten (en naar analogie wettelijke samenwonenden) moeten bij de huwelijksaangifte voortaan niet langer alle vereiste documenten zelf afleveren. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt gedeeltelijk deze taak over: - De ambtenaar van de burgerlijke stand zal voortaan zelf het eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte (en eventuele andere voor te leggen akten van de burgerlijke stand, bijvoorbeeld de akte van de overschrijving van het beschikkend gedeelte van een adoptievonnis) opvragen wanneer deze akte in België is opgemaakt of overgeschreven en hij de plaats van de overschrijving ervan kent. Deze verplichting geldt ongeacht de nationaliteit van de aanstaande echtgenoot (Belg of vreemdeling) en ongeacht of hij al dan niet in België woont.
- Indien de aanstaande echtgenoot op de datum van het verzoek tot opmaak van de akte van huwelijksaangifte ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister en voor zover het huwelijk in België wordt voltrokken, wordt hij vrijgesteld van het leveren van het bewijs van nationaliteit, van ongehuwde staat en van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan deze gegevens namelijk controleren in het Rijksregister en zelf de nodige uittreksels als bewijs bij het dossier voegen. Indien hij meent dat deze gegevens niet volstaan, kan hij toch nog bijkomend bewijs vragen aan de betrokken. Dit kan o.m. het geval zijn wanneer de informatie in het Rijksregister niet gelijk is aan informatie in de akten van de burgerlijke stand of wanneer de informatie in het Rijksregister niet correct, onvolledig of niet bijgewerkt is omdat zij nog verder wordt onderzocht (o.a. onderzoek rechtsgeldigheid van een vorig huwelijk of de ontbinding ervan).
- Het bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken wordt beperkt tot het bewijs van de ontbinding van het laatste huwelijk dat werd voltrokken voor een Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand en in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of de nietigverklaring van de huwelijken gesloten voor een buitenlandse overheid, tenzij ze een voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk voorafgaan. Wanneer deze akten in België werden opgemaakt of overgeschreven, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand ze zelf opvragen.
- Wat betreft de overige documenten verandert er niets.
Documenten die in het buitenland afgeleverd worden moeten gelegaliseerd zijn. Dat gebeurt achtereenvolgens, eerst door het ministerie van Buitenlandse Zaken in het land van herkomst van de betrokkene en dan de Belgische ambassade in het land van herkomst van de betrokkene.
Voor documenten afkomstig uit zekere landen geldt een verkorte procedure, voor andere landen zelfs een vrijstelling van legalisatie. >>> meer info over legalisatie Documenten die opgesteld zijn in een vreemde taal moeten voorzien worden van een beëdigde vertaling naar het Nederlands.
- Weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand om de akte van huwelijksaangifte op te maken
De ambtenaar van de burgerlijke stand kan enkel weigeren de huwelijksaangifte op te stellen indien niet alle vereiste documenten, in de door de wet vereiste vorm, worden voorgelegd, indien hij meent dat de voorgelegde documenten op onvoldoende wijze werden gelegaliseerd of indien er sprake is van duidelijk en bewezen bedrog (valse of vervalste documenten).
Indien dit niet het geval is, moet hij dus verplicht de akte van huwelijksaangifte opstellen. Problemen hierrond kan u schriftelijk melden aan:
- de Minister van Justitie, Handelsstraat 76-80, 1040 Brussel
- FOD Justitie, Dienst Familierecht, Waterloolaan 115, 1000 Brussel
De ambtenaar van de burgerlijke stand moet een weigeringsbeslissing via een gemotiveerde brief onmiddellijk kenbaar maken aan betrokkenen. Een afschrift van deze brief, samen met een kopie van alle nuttige documenten, maakt hij over aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering plaatsvond.
Indien één van de betrokkenen of beiden op de dag van de weigering van de opmaak van deze akte niet is/zijn ingeschreven in de gemeente of er geen actuele verblijfplaats heeft/hebben, brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn collega van de gemeente van inschrijving of van de actuele verblijfplaats hiervan op de hoogte.
- Beroepsprocedure tegen weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van huwelijksaangifte op te maken
De aanstaande echtgenoten kunnen tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand om de akte van huwelijksaangifte op te maken, binnen de maand na de kennisgeving beroep aantekenen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kort geding.
Een procedure 'zoals in kort geding' betekent dat de pleegvormen van het kort geding (verkorte dagvaardingstermijn, bevoegdheid van de Voorzitter) worden gehanteerd, terwijl het toch om een procedure ten gronde gaat. Er wordt dus geen voorlopig oordeel uitgesproken, maar wel degelijk een vonnis ten gronde. Partijen moeten ook geen hoogdringendheid aantonen.
Tegen een negatieve beslissing van de rechtbank van eerste aanleg kan beroep worden aangetekend bij het hof van beroep.
Huwelijksvoltrekking- Wanneer?
Het huwelijk mag ten vroegste voltrokken worden op de 14de dag na de datum van opmaak van de huwelijksaangifte en ten laatste 6 maanden na de 14de dag na de huwelijksaangifte . Na 6 maanden zonder huwelijksvoltrekking moet er dus een nieuwe aangifte gebeuren.
De procureur des Konings kan om gewichtige redenen deze aangifte termijn wel verkorten of verlengen of er vrijstelling van geven.
Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand het nodig vindt, kan hij het huwelijk maximum tot 2 maanden na de gekozen huwelijksdatum uitstellen. De betrokkenen worden bij aangetekende brief hiervan op de hoogte gebracht.
- Weigering huwelijksvoltrekking
De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert het huwelijk te voltrekken indien blijkt dat niet voldaan is aan de huwelijksvoorwaarden of indien hij meent dat de voltrekking in strijd is met de beginselen van de openbare orde.
Meestal weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk te voltrekken omdat hij meent dat het een schijnhuwelijk betreft.
Een opgestelde akte van aangifte van het huwelijk is dus geen garantie dat het huwelijk effectief voltrokken kan worden.
De ambtenaar van de burgerlijke stand moet elke weigering om een huwelijk te voltrekken waarbij een vreemdeling betrokken is, melden aan de Dienst Vreemdelingenzaken (omzendbrief van 13/09/2005, B.S. 6/10/2005 ). Deze informatie wordt bewaard in het administratief dossier van de betrokken vreemdeling en zal dus kunnen worden doorgegeven aan de ABS, die de DVZ op de hoogte brengt van het feit dat dezelfde vreemdeling een nieuwe huwelijksaangifte heeft gedaan (eventueel in een andere gemeente, al dan niet met een andere partner).
- Beroepsprocedure
Betrokkenen kunnen binnen de maand na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing beroep aantekenen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kort geding.
Een procedure 'zoals in kort geding' betekent dat de pleegvormen van het kort geding (verkorte dagvaardingstermijn, bevoegdheid van de Voorzitter) worden gehanteerd, terwijl het toch om een procedure ten gronde gaat. Er wordt dus geen voorlopig oordeel uitgesproken, maar wel degelijk een vonnis ten gronde. Partijen moeten ook geen hoogdringendheid aantonen.
Tegen een negatieve beslissing van de rechtbank van eerste aanleg kan beroep worden aangetekend bij het hof van beroep.
Nietigverklaring
- Algemeen
Het Burgerlijk Wetboek voorziet de mogelijkheid om een voltrokken huwelijk te laten nietigverklaren door de rechtbank van eerste aanleg.
De meeste rechtbanken zijn zeer voorzichtig bij de nietigverklaring . Het risico bestaat dat de procedure van de nietigverklaring wordt misbruikt als een alternatieve/eenvoudige echtscheidingsprocedure.
Nietigverklaring kan op basis van verschillende redenen. De meest voorkomende zijn: schijnhuwelijk, geen vrije toestemming, dwaling en bigamie.
In antwoord op een parlementaire vraag gaf de Minister van Justitie op 18/04/2005 in de Kamer informatie over het aantal nietigverklaringen wegens schijnhuwelijk. Zo werden in 2003 in Antwerpen 37 huwelijken nietig verklaard, in Dendermonde 30, in Kortrijk 7, in Mechelen 3 en in Leuven 2 .
- Wie kan de nietigverklaring vorderen?
- De echtgenoten zelf
- Alle belanghebbenden (tenzij in geval van gebrekkige toestemming en dwaling)
- Het openbaar ministerie (tenzij in geval van gebrekkige toestemming en dwaling)
- Gevolgen
De nietigverklaring door de rechtbank heeft terugwerkende kracht. Dit betekent dat de betrokkenen worden geacht nooit gehuwd te zijn.
Er kunnen zich dan ook ernstige gevolgen voordoen op het vlak van de verblijfssituatie. Zelfs van vreemdelingen die in het bezit zijn van een definitief of onvoorwaardelijk verblijf (bijvoorbeeld de gele kaart (of elektronische C kaart) of de elektronische F+ kaart) kan de verblijfskaart worden ingetrokken. Aangezien zijn huwelijk wordt beschouwd als nooit bestaan hebbende, kan deze persoon zijn recht op gezinshereniging niet inroepen.
Hoe raakt de informatie van de nietigverklaring bij de Dienst Vreemdelingenzaken? De gemeentelijke administratie is niet verplicht de Dienst Vreemdelingenzaken op de hoogte te brengen van deze informatie . In de praktijk is het wel zo dat grotere steden en gemeenten vrijwillig de Dienst Vreemdelingenzaken verwittigen bij de overschrijving van een nietig verklaard huwelijk. Soms brengt het Parket de Dienst Vreemdelingenzaken op de hoogte van een vonnis of arrest inzake nietigverklaring. Tenslotte speelt ook de benadeelde partij af en toe deze informatie door naar de Dienst Vreemdelingenzaken.
Ten aanzien van de kinderen hebben de positieve gevolgen van een nietigverklaard huwelijk toch uitwerking. Dit is bijvoorbeeld belangrijk in verband met het vermoeden van vaderschap dat gebaseerd is op het huwelijk. Op het vlak van de verblijfsrechten van de kinderen stelt de Dienst Vreemdelingenzaken echter dat ook zij deze kunnen verliezen na een nietigverklaring van het huwelijk. Over dit punt is geen rechtspraak bekend.
|