InhoudHumanitair visum op basis van voogdij
Documenten
In België hebben pleegkinderen geen recht op gezinshereniging omdat er geen juridische afstammingsband bestaat tussen het pleegkind en de voogd. De DVZ kan echter een visum verlenen om humanitaire redenen op basis van artikel 9 Vw. In principe moet het gaan om verlaten verklaarde kinderen of weeskinderen.
Om een humanitair visum voogdij aan te vragen moeten volgende documenten overgemaakt worden aan de Belgische ambassade of consulaat in het buitenland:
- een geldig nationaal paspoort dat ten minste 12 maanden geldig is en waarin een visum aangebracht kan worden
- een letterlijk afschrift van de geboorteakte van het kind
- een kopie van het identiteitsdocument van de voogd
- eventueel een kopie van de verblijfsvergunning van de voogd (indien het geen Belg is)
- een letterlijk afschrift van de beslissing waarbij het kind onder de voogdij of onder bewaring werd geplaatst van de persoon die het naar België wenst te halen
- de toelating van de bevoegde nationale autoriteiten dat het kind definitief het land mag verlaten (tenzij dit uitdrukkelijk in de voogdijbeslissing werd vermeld)
- een authentieke akte waarin de biologische ouders, of de persoon die het ouderlijk gezag of een vorige voogdij uitoefende, toestemming geven dat het kind het land mag verlaten (tenzij dit reeds uitdrukkelijk in de voogdijbeslissing werd vermeld) of een authentieke akte van verlatenverklaring of een overlijdensakte van de ouders.
- een medisch attest (niet ouder dan 6 maanden)
- een verbintenis tot tenlasteneming ondertekend door de voogd(en) (bijlage 3bis)
- attest gezinssamenstelling van de voogd
- een bewijs van goed gedrag en zeden van de voogd
- het bewijs dat er in het land van oorsprong, geen andere familieleden (tot en met de derde graad) voor het kind kunnen zorgen.
- het bewijs dat het kind reeds ten laste is van de voogd
- het bewijs van de band met het kind
Het is niet omdat alle documenten ingediend worden op de diplomatieke post dat het dossier zal goedgekeurd worden. De DVZ beoordeelt elk dossier individueel.
Procedure
De diplomatieke post zal het dossier doorsturen naar de DVZ in Brussel die een beslissing neemt.
Indien het visum toegekend wordt, moet de voogd het kind binnen de 8 dagen na aankomst in België aanmelden bij de gemeente van de woonplaats. Na een woonstcontrole zal de gemeente het kind inschrijven in het Rijksregister en een verblijfsvergunning afgeven. Humanitair visum voor een meerderjarig kind van een vreemdeling met verblijfsrecht in België, dat alleen achter blijft Een meerderjarig kind van een vreemdeling met verblijfsrecht in België kan in principe niet met gezinshereniging naar België komen. In sommige gevallen, wanneer het kind alleen achter blijft in het herkomstland, levert de DVZ toch een humanitair visum af. Voorwaarden en documenten- een geldig nationaal paspoort
- een geboorte- of adoptieakte (als bewijs van afstamming van de ouder), mogelijk gelegaliseerd of met apostille en vertaald door een beëdigd vertaler
- een kopie van de verblijfsvergunning van de ouder in België
- bewijs dat het meerderjarig kind ten laste is van de ouder die het wil vervoegen. Dit bewijs wordt geleverd door:
- bankuitreksels met geldoverschrijvingen aan het meerderjarig kind
- het inkomen van de ouder(s) die vervoegd wordt. Die moet voldoende bestaansmiddelen hebben om niet ten laste te vallen van het OCMW
- het inkomen van het meerderjarig kind . Het kind mag bv. niet werken
- het meerderjarig kind maakt deel uit van het gezin van de ouder(s) die het wil vervoegen en heeft nog geen eigen gezin. Dit wordt bewezen met een attest van ongehuwdheid en een attest van gezinssamenstelling
- een attest van goed gedrag en zeden
- bewijs dat het meerderjarig kind, mocht het geen humanitair visum krijgen, alleen achterblijft in het herkomstland
- DVZ kan eventueel nog andere, bijkomende documenten opvragen
Procedure De diplomatieke post zal het dossier doorsturen naar de DVZ in Brussel die een beslissing neemt. Er zijn twee mogelijkheden: - De aanvraag voor een humanitair visum wordt behandeld door DVZ, Bureau Gezinshereniging, wanneer het gaat om een meerderjarig kind dat cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:
- het meerderjarig kind is niet ouder dan 21 jaar;
- het maakt deel uit van een gezin met andere, minderjarige, kinderen, waarbij het hele gezin in aanmerking komt voor gezinshereniging, behalve het meerderjarig kind
- het meerderjarig kind dient zijn aanvraag voor een humanitair visum gelijktijdig in met de visumaanvragen voor gezinshereniging van de andere gezinsleden
In dit geval zal het Bureau Gezinshereniging de aanvraag zelf behandelen, samen met de andere aanvragen gezinshereniging ingediend door de andere gezinsleden. Dat betekent dat de aanvrager normaal een beslissing zal krijgen over zijn aanvraag binnen 9 maanden na de datum van de aanvraag (tweemaal verlengbaar met 3 maanden). De gemiddelde behandelingstermijn voor een aanvraag gezinshereniging is 5 maanden. - De aanvraag voor een humanitair visum wordt behandeld door DVZ, Bureau Lang Verblijf van zodra het meerderjarig kind niet voldoet aan een van de hierboven vermelde voorwaarden (bv. het meerderjarig kind is ouder dan 21 jaar of dient alleen een aanvraag voor een humanitair visum in).
In dit geval maakt het Bureau Gezinshereniging de aanvraag over aan het Bureau Lang Verblijf en kan de termijn voor een beslissing veel langer zijn. Indien het visum toegekend wordt, moet de vreemdeling zich binnen de 8 dagen na aankomst in België aanmelden bij de gemeente van de woonplaats. Na een woonstcontrole zal de gemeente het meerderjarig kind inschrijven in het Rijksregister en een elektronische A-kaart afgeven. De vernieuwing van de A-kaart kan afhankelijk gesteld worden van de voorwaarde dat het meerderjarig kind werkt en niet ten laste valt van het OCMW. Humanitair visum voor mensen met andere bijzondere banden met een Belg of een legaal in België verblijvende vreemdeling Mensen die een andere bijzondere band hebben met een Belg of een vreemdeling met een legaal verblijf in België, komen soms ook in aanmerking voor een humanitair visum. Men zou hier artikel 8 EVRM (eerbiediging van het recht op een familie -en gezinsleven) kunnen inroepen. Vroeger was de algemene rechtsopvatting dat artikel 8 EVRM niet kon gebruikt worden om Staten te verplichten om iemand die zich in het buitenland bevindt de toegang tot het grondgebied te verlenen. Een aanvraag van een achtergebleven gezinslid van een naar België geëmigreerd gezin had dan ook weinig kans op slagen. In het arrest "Sen" oordeelde het Europees Hof van de Rechten van de Mens hier echter anders over Het Hof besliste dat Nederland een in Turkije achtergebleven meisje moest toelaten tot het grondgebied, zodat dit meisje een gezinsleven zou kunnen hebben met haar in Nederland wonende Turkse familie. De bevindingen van dit arrest worden (door de DVZ en de Belgische rechtbanken) zeker niet altijd toegepast.
|