Print deze pagina

Sociale zekerheid

Werkloosheidsuitkering, wachtuitkering, overbruggingsuitkering

BELANGRIJK! Ingevolge nieuwe regelgeving is deze pagina niet meer up-to-date. Wij zorgen voor een spoedige aanpassing. In afwachting daarvan, verwijzen wij graag naar de website van de RVA.

 

Om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering moet elke vreemdeling (niet-Belg) in het bijzonder voldoen aan de verblijfswetgeving en aan de wetgeving op tewerkstelling van vreemdelingen. Daarnaast gelden uiteraard ook de algemene voorwaarden die gelden voor deze uitkering.

Inhoud: 

 

Voorwaarden voor werkloosheidsuitkering

 

Vreemdelingen kunnen in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen als zij aan de volgende vereisten voldoen:

 

Aantal arbeidsdagen

 

Een algemeen principe (dat voor iedereen geldt) is dat men eerst een bepaalde tijd gewerkt moet hebben (en dus bijdragen betaald hebben) om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen. Het vereiste aantal arbeidsdagen varieert naargelang de leeftijdscategorie. 

  • Wie jonger is dan 36 jaar moet 312 arbeidsdagen (12 maanden voltijds) gepresteerd hebben in een periode van 18 maanden voor de uitkeringsaanvraag. 
  • Wie 36 tot 49 jaar oud is, moet 468 arbeidsdagen (18 maanden voltijds) presteren gedurende 27 maanden. 
  • Wie 50 jaar of ouder is, kan pas werkloosheidsuitkeringen krijgen als hij 624 arbeidsdagen (24 maanden voltijds) heeft gepresteerd tijdens de 36 maanden voor zijn aanvraag. 

Voor deeltijds werk en voor bepaalde andere situaties bestaan er specifieke regels.  Meer info daarover vindt u bij de bevoegde diensten.

 

Arbeid verricht in België

 

Het werk moet in principe in België verricht zijn (tenzij: arbeidsprestaties in het buitenland kunnen toch in aanmerking komen als zij in België ook aanleiding zouden geven tot sociale zekerheidsbijdragen voor de sector werkloosheid). Voor sommige landen wordt ook arbeid in het buitenland aanvaard:

  • Maar met bepaalde landen heeft België een akkoord waardoor buitenlandse arbeidsdagen steeds meetellen, op voorwaarde dat daarna nog minstens 1 dag arbeid wordt verricht in België.  Het gaat om de volgende landen: de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) en Turkije, Servië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Macedonië, Kosovo, Algerije, San Marino en Zwitserland.
    • Specifiek voor Turken betekent dat dat zij arbeidsdagen gepresteerd in Turkije, Nederland, Luxemburg, Italië, Portugal, Spanje, Oostenrijk en België in rekening kunnen brengen, mits deze arbeid in het betreffende land sociaal verzekerd was of dat minstens zou geweest zijn in België.
    • Onderdanen van de andere opgesomde niet-EER landen kunnen slechts arbeidsprestaties in hun eigen herkomstland inbrengen.
  • Voor erkende vluchtelingen en erkende staatlozen gelden alle arbeidsprestaties in België en in het buitenland
    • Op grond van de vluchtelingen- en staatlozenverdragen worden erkende vluchtelingen en erkende staatlozen gelijkgesteld met Belgen.  Zij kunnen dus ook arbeidsprestaties als loontrekkende in het buitenland (eender welk land) inbrengen.
    • In vergelijking met andere vreemdelingen zijn zij vrijgesteld van de verplichting om minstens 1 dag in België te werken.

Legaal gewerkt hebben

 

Vreemdelingen moeten voldoen aan de wet op de tewerkstelling voor vreemdelingen.  Dat wil zeggen dat het werk waarmee zij een recht op werkloosheidsuitkering opbouwden, moest gedekt zijn door een arbeidskaart indien de wet dat vereist of door een vrijstelling van arbeidskaart toegestaan door de wet.

  • Ontvankelijk verklaarde asielzoekers hebben recht op werkloosheidsuitkering als zij voldoende dagen hebben gewerkt met een arbeidskaart C.  Sinds 1 april 2003 neemt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) ook de arbeidsdagen die een ontvankelijk verklaarde asielzoeker heeft gepresteerd met een (voordien afgeleverde) "voorlopige toelating tot tewerkstelling" in aanmerking.
  • Erkende vluchtelingen kunnen hun arbeidsprestaties inbrengen, zowel in België als vrijgestelde van arbeidskaart of tijdens de asielprocedure met arbeidskaart C of met een (voor 1/4/2003 afgeleverde) voorlopige toelating tot tewerkstelling, als ook in het buitenland gepresteerde arbeid.
  • Andere categorieën vreemdelingen die een arbeidskaart C hebben, kunnen arbeidsprestaties met die kaart ook inbrengen.
  • Voor de 'regularisatiewet'-aanvragers is een voorlopige arbeidsvergunning van kracht die volgens de RVA geen recht geeft op werkloosheidsuitkeringen zolang de regularisatie niet is toegestaan (na toekenning van de verblijfsvergunning neemt RVA die arbeidsdagen wel in aanmerking).  Het wordt betwist of deze voorlopige uitsluiting in overeenstemming is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
  • Ook de Afghaanse afgewezen asielzoekers die tot 1 maart 2005 een 'toelating tot uitstel van vertrek' kregen, kunnen wel werken met een voorlopige arbeidsvergunning, maar deze geeft volgens de RVA geen recht op werkloosheidsuitkeringen.

Legaal verblijf hebben

 

Een voorwaarde om werkloosheidsuitkeringen te kunnen ontvangen, is dat men legaal in België verblijft.   Betrokkene moet zowel op het moment van de aanvraag als op het moment van de toekenning van uitkeringen wettig in België verblijven.

 

De afgewezen asielzoeker die een uitwijzingsbevel heeft ontvangen (waarvan de termijn niet wordt verlengd), is dus niet meer gerechtigd op werkloosheidsuitkeringen.

 

Nog mogen werken

 

Op het moment van de toekenning van uitkeringen moet betrokkene ook nog mogen werken volgens de wetgeving op arbeidskaarten.

  • Vreemdelingen die een arbeidsvergunning nodig hebben om te kunnen werken, hebben recht op werkloosheidsuitkeringen tot 60 dagen na het verval van de arbeidsvergunning.
  • De arbeidskaart C van een ontvankelijk verklaarde asielzoeker blijft geldig en kan worden verlengd tot wanneer een eindbeslissing wordt genomen over de asielaanvraag.  Bij afwijzing van de asielaanvraag (zelfs zonder uitwijzingsbevel) vervalt de arbeidskaart C.  Bij erkenning als vluchteling is betrokkene vrijgesteld van arbeidsvergunning.

Overige voorwaarden

 

Betrokkene moet naast bovenstaande voorwaarden ook voldoen aan de gewone voorwaarden voor werkloosheidsuitkering:

  • Onvrijwillig werkloos zijn (zoniet is een tijdelijke of zelfs definitieve uitsluiting mogelijk)
  • Geen loon trekken en niet werken (onbezoldigd vrijwilligerswerk moet aangegeven worden)
  • Arbeidsgeschikt zijn
  • Beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt
  • Ingeschreven zijn als werkzoekende
  • Voldoen aan de controleverplichtingen
  • Hoofdverblijfplaats in België hebben en daar effectief verblijven
  • Niet meer leerplichtig zijn en de wettelijke pensioenleeftijd nog niet bereikt hebben
  • Geen studies met volledig leerplan volgen (behoudens vrijstellingen)
  •  …

Meer info over deze voorwaarden vindt u bij de bevoegde diensten (RVA, vakbonden…).


Wachtuitkering en onderbrekingsuitkering

 

Voor jongeren bestaan er twee bijzondere uitkeringen:

 

Wachtuitkering

 

Een wachtuitkering is een uitkering die jongeren na een bepaalde termijn na het einde van hun studies kunnen ontvangen als zij nog geen werk hebben gevonden.

 

Betrokkene mag niet meer leerplichtig zijn en moet jonger zijn dan 30 jaar.  Hij of zij moet een aantal dagen wachttijd volbracht hebben (aantal varieert naargelang de leeftijd:

  • tot 17 jaar 155,
  • tussen 18 en 25 jaar 233, en
  • vanaf 26 tot 30 jaar 310 dagen), tenzij na voleindiging van een industriële leerovereenkomst en bij overgang van overbruggingsuitkering naar wachtuitkering.

Overbruggingsuitkering

 

Een overbruggingsuitkering is een uitkering voor jongeren die deeltijds leren en werken maar die geen werk vinden of werkloos worden.

 

Betrokkene moet nog deeltijds leerplichtig zijn (tot het einde van het schooljaar waarin hij 18 jaar wordt) en moet een wachttijd van 155 dagen doorlopen hebben.

 

Enkel bepaalde vreemdelingen

 

Enkel volgende vreemdelingen komen hiervoor in aanmerking:

  • Erkende vluchtelingen Erkende staatlozen
  • Onderdanen van een land waarmee België hierover een overeenkomst heeft gesloten:
    • de EER landen 
    • Turkije,
    • Servië,
    • Kroatië,
    • Bosnië-Herzegovina,
    • Macedonië,
    • Algerije,
    • Tunesië,
    • Marokko,
    • San Marino,
    • de overzeese Franse gebieden (Martinique, Guadeloupe, Guyana, Réunion). 
  • Voor deze nationaliteiten geldt echter de bijkomende voorwaarde dat betrokkene zijn studies heeft beëindigd in België (in een door de Gemeenschap georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling).  Voor de wachtuitkering worden ook kinderen van EU-arbeidsmigranten aanvaard die hun studies hebben beëindigd in de Europese Unie.

Betrokkene moet ook voldoen aan de algemene voorwaarden en moet dus ondermeer wettig in België verblijven en moet ook nog mogen werken (tot 60 dagen na verval van arbeidskaart).

Laatste wijziging: 4/23/2013
Meld fout op deze pagina