|
Een vreemdeling die een procedure gezinshereniging heeft lopen, wordt verondersteld in het land aanwezig te zijn zolang er geen definitieve beslissing genomen is over zijn aanvraag tot een verblijfskaart. Er kunnen zich echter omstandigheden (infra) voordoen waarbij de betrokkene genoodzaakt is tijdens zijn procedure toch naar het buitenland te reizen. Een vreemdeling die in het kader van een procedure gezinshereniging in het bezit is van een immatriculatieattest, in afwachting van een definitieve beslissing over zijn verblijfsaanvraag of een bijlage 15, kan niet zomaar reizen naar het buitenland en daarna naar België terugkeren. De Schengenuitvoeringsovereenkomst laat geen overschrijding toe van de buitengrenzen van de Schengenzone noch het vrij verkeer binnen de Schengenzone op grond van een tijdelijke verblijfsvergunning (lees: AI) die hangende de aanvraag van een verblijfsvergunning is afgegeven.
Een nieuwe binnenkomst in België is maar mogelijk indien de betrokkene in het bezit is van de vereiste binnenkomstdocumenten. Aangezien de betrokkene nog geen definitieve verblijfstitel (A kaart, E kaart, F kaart) heeft, is dit in principe een geldig paspoort en een geldig visum (indien visumplichtig op basis van nationaliteit). Vreemdelingen met een hangende gezinsherenigingsprocedure die naar het buitenland (wensen te) reizen, kunnen in uitzonderlijke omstandigheden een terugkeervisum aanvragen. - Dit kan in geval van redenen met een dwingend karakter zoals een ziek of overleden familielid, iemand die voor zijn job dringend naar het buitenland moet, enz. maar ook in geval van een huwelijksreis.
- Betrokkene moet dit evenwel telkens kunnen aantonen met stukken: een overlijdensakte, attest van de dokter, attest van de werkgever, vliegtuigboeking en hotelreservatie …
De aanvraag kan op twee manieren worden ingediend. - Vóór het vertrek naar het buitenland kan de aanvraag per fax of per email rechtstreeks ingediend worden bij het secretariaat van de dienst GH van de DVZ.
- In geval de betrokkene zijn aanvraag in het buitenland wenst in te dienen kan dit via de bevoegde diplomatieke post.
Het is ten zeerste aan te bevelen om bij de gemeente melding te maken van het tijdelijk verblijf in het buitenland. Dit voorkomt problemen, bijvoorbeeld op het vlak van de vaststelling van het bestaan van de gezinscel/de samenwoonst. Bij de aanvraag dienen volgende documenten worden voorgelegd: - Bewijs van bijzondere omstandigheden,
- Vliegticketreservatie (heen en terug),
- In geval van een ontvankelijk verklaarde artikel 9ter: een medisch getuigschrift dat staaft dat de aanvrager een korte reis kan ondernemen, met vermelding van duur (heen en terug + verblijf ter plekke).
Bij de beoordeling van de aanvraag tot een terugkeervisum wordt nagegaan of - Er dwingende omstandigheden zijn die de aanvraag tot een terugkeervisum rechtvaardigen en
- Voldaan is aan de voorwaarden tot gezinshereniging. Dit laatste impliceert dat de betrokkene ten laatste bij het indienen van een aanvraag tot een terugkeervisum over een volledig en actueel dossier moet beschikken op het vlak van gezinshereniging (bestaansmiddelen, ziekteverzekering, huisvesting, …). De eventueel ontbrekende stukken GH kunnen bij de visumaanvraag gevoegd worden.
Volgens de website van de DVZ bedraagt de gemiddelde behandelingstermijn van een aanvraag voor een terugkeervisum +/- 1 week. De aanvraag tot een terugkeervisum wordt samen met de eventueel bijgevoegde documenten overgemaakt ter beslissing aan het secretariaat van de dienst GH/visa. - Indien de aanvraag in België werd ingediend vóór het vertrek naar het buitenland, wordt de beslissing overgemaakt aan het provinciebestuur van de woonplaats van betrokkene die desgevallend een visumsticker aanbrengt in het paspoort van de betrokkene.
Een vreemdeling die in het buitenland een terugkeervisum bekomt,
- Kan zich binnen de geldigheidsduur van zijn visum aanbieden bij het gemeentebestuur om op vertoon van zijn visum in het bezit te worden gesteld van zijn verblijfskaart.
- Als de betrokkene zich na terugkeer pas bij de gemeente aanbiedt ná het verstrijken van de geldigheidstermijn van zijn visum, moet een nieuwe procedure gezinshereniging worden opgestart.
Er volgt een weigering van het terugkeervisum
- Wanneer er geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn of
- Wanneer de voorwaarden voor de gezinshereniging niet vervuld zijn.
Ook de vreemdeling in het bezit van een (verstreken) elektronische vreemdelingenkaart (A, B, C, D, E(+),F(+)),die niet de nodige administratieve formaliteiten om te reizen vervulde vóór zijn vertrek naar het buitenland, kan een terugkeervisum aanvragen op de Belgische diplomatieke post. Een vreemdeling die nog wel kan genieten van zijn recht op terugkeer (afwezigheid uit België van minder dan 1 jaar), maar van wie de verblijfstitel tijdens zijn verblijf in het buitenland verstreek, kan immers problemen ondervinden bij zijn terugkeer.
Is de verblijfstitel minder dan 3 maanden verstreken en zijn de voorwaarden van zijn verblijf niet geschonden, dan vraagt hij een terugkeervisum type C aan bij de Belgische diplomatieke post. Is de verblijfstitel langer dan 3 maanden verstreken, dan is de enige mogelijkheid opnieuw een visum type D aan te vragen.
Vroeger bestond er een praktijk waarbij de diplomatieke posten gemachtigd werden tot ambtshalve aflevering van een terugkeervisum aan onderdanen van Marokko, Tunesië en Turkije met een hangende procedure gezinshereniging tijdens de zomermaanden (juli-augustus-september). Deze mogelijkheid bestaat niet meer sedert dit jaar. >> lees meer in het nieuwsbriefbericht 02/07/2012 Ook al worden de voorwaarden voor de afgifte van een terugkeervisum bepaald door de nationale wetgeving van de lidstaten, heeft een vreemdeling die in het bezit is van een terugkeervisum recht van toegang tot de andere lidstaten met het oog op doorreis zodat hij het grondgebied kan bereiken van de lidstaat die zijn terugkeervisum heeft verstrekt. Dit zelfs ook al voldoet de betrokkene niet aan alle voorwaarden voor terugkeer naar de Schengenzone (art 5, lid 4, a) SGC).
In een recent arrest dd 14/06/2012 verduidelijkte het Hof van Justitie dat een terugkeervisum een “machtiging van een lidstaat aan een derdelandsonderdaan is die niet over een verblijfsvergunning, een visum of een visum met territoriaal beperkte geldigheid in de zin van de visumcode beschikt en die hem in staat stelt deze lidstaat voor een bepaald doel te verlaten en vervolgens weer naar die lidstaat terug te keren”. Het terugkeervisum moet de derdelandsonderdaan toegang verlenen, met het oog op doorreis, tot het grondgebied van de overige lidstaten, zodat hij het grondgebied kan bereiken van de lidstaat die hem een dergelijk terugkeervisum heeft verstrekt. Voor de houders van een terugkeervisum mag de toegang via de buitengrenzen van de Schengenruimte dus niet worden beperkt tot de punten van binnenkomst op het nationale grondgebied van de lidstaat die een dergelijk visum heeft verstrekt.
|