|
Wie is staatloos? België heeft het Verdrag betreffende de status van Staatlozen, ondertekend op 28/9/1954 te New York, goedgekeurd bij wet van 12/5/1960 (BS 10/8/1960). In dit verdrag wordt een staatloze gedefinieerd "als een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd". De bewijslast komt toe aan de vreemdeling die stelt geen nationaliteit te bezitten. Hij moet dus bewijzen dat hij de nationaliteit, die hij bezat door zijn geboorte, verloren heeft, of dat hij er nooit één heeft gehad. Dit bewijs moet in principe geleverd worden ten aanzien van de DVZ of de gemeentelijke administratie (die op hun beurt het advies van de FOD Justitie kunnen inwinnen). Alleen in zeer duidelijke gevallen zal de administratie de staatloosheid kunnen vaststellen; als dit niet mogelijk is, zal de vreemdeling eerst een procedure voor de rechtbank van eerste aanleg moeten voeren alvorens hij als staatloze wordt erkend. Naast staatlozen die erkend zijn in België, zijn er ook vreemdelingen die in een ander land als staatloze werden erkend, maar naar België komen om er te verblijven. De procedure tot erkenning als staatloze- Procedure voor de Rechtbank van eerste aanleg
Een erkenning als staatloze wordt aangevraagd door een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank van eerste aanleg.
Het is een gerechtelijke procedure die veel tijd in beslag neemt (er moet onder meer gewacht worden op het advies van het Openbaar Ministerie) en gemakkelijk 1 jaar kan duren.
- Voorbereiding van het aanvraagdossier
Om staatloosheid te bewijzen moet in de eerste plaats contact opgenomen worden met de ambassades van de landen waarmee de vreemdeling een band heeft (waar hij verbleven heeft of waarvan zijn ouders de nationaliteit hadden), met de vraag of men kan bevestigen of de vreemdeling al dan niet recht heeft op de nationaliteit van één van die landen. - Meestal is het niet mogelijk om een schriftelijke weigering te krijgen, en moet de feitelijke weigering bewezen worden met enkele herhaaldelijke aangetekende brieven aan de ambassades, waarin verzocht wordt om de betrokken nationaliteit te erkennen of toe te kennen.
Daarnaast moeten de nationaliteitswetgevingen opgevraagd worden van de landen waar de vreemdeling verbleven heeft en van de landen waarvan zijn ouders de nationaliteit hadden. Op basis hiervan dient aangetoond te worden dat de vreemdeling hetzij nooit een nationaliteit heeft gehad, hetzij de nationaliteit van zijn land heeft verloren, zonder mogelijkheid ze te herkrijgen. - De nationaliteitswetgeving van elke staat is beschikbaar bij de Juridische Bibliotheek van de FOD Buitenlandse Zaken, in de Karmelietenstraat 15 te 1000 Brussel, en kan per fax opgevraagd worden (tel. 02/501.35.54). Indien nodig kan ze ook bekomen worden bij de ambassade van het betrokken land.
Indien de kandidaat-staatloze voorheen een asielaanvraag indiende, en er toen twijfel rees over het land van herkomst, wordt die twijfel best weggenomen met nieuw bewijsmateriaal. Het Openbaar Ministerie kan in geval van (afgewezen) asielzoekers immers inlichtingen inwinnen bij het CGVS.
Als de rechter weigert de staatloosheid te erkennen, kan een beroep aangetekend worden bij het Hof van Beroep, en daarna eventueel bij het Hof van Cassatie.
Verblijfssituatie van staatlozen- Verblijf in afwachting van erkenning als staatloze
Het feit dat de vreemdeling de procedure tot erkenning als staatloze opgestart heeft, verandert niets aan zijn verblijfssituatie. Tenzij hij via een andere procedure een tijdelijk verblijfsrecht heeft (bv als student of asielzoeker), verblijft hij in afwachting van een beslissing illegaal in België.
Verschillende kort geding rechters veroordelen de overheid echter tot het afleveren van een (tijdelijk) bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister wanneer de procedure bij de burgerlijke rechter tot erkenning als staatloze opgestart is.
- Verblijf na erkenning als staatloze in België
Een in België erkende staatloze krijgt niet automatisch een verblijfsrecht. Hij is onderworpen aan de algemene verblijfsreglementering (art. 98 van het KB van 8/10/1981). De (kandidaat) staatloze moet hiertoe bijkomend een aanvraag tot machtiging tot verblijf op grond van een onmogelijkheid van terugkeer indienen bij de DVZ (in toepassing van artikel 9bis Vreemdelingenwet) De Raad van State oordeelde in een aantal zaken dat de Dienst Vreemdelingenzaken de aanvraag niet zomaar onontvankelijk kan verklaren omdat de betrokkene de aanvraag evengoed vanuit het herkomstland zou kunnen gaan indienen. Een dergelijke afwijzing houdt onvoldoende rekening met de situatie van staatlozen. In afwachting van een beslissing over de aanvraag art. 9 lid 3 VW, kan de DVZ een tijdelijke verlenging van de termijn om het grondgebied te verlaten, of eventueel al een tijdelijk verblijf toestaan. Als de erkende staatloze een verblijfsrecht krijgt, komt hij in principe in het bezit van een BIVR van onbepaalde duur (elektronische B kaart).
- Verblijf van een vreemdeling die elders als staatloze werd erkend
Een vreemdeling die in het buitenland als staatloze werd erkend, heeft evenmin een automatisch verblijfsrecht in België. Als hij in het bezit is van een reisdocument verstrekt door de staat waar hij rechtmatig verblijft, en een verblijfsmachtiging van meer dan 3 maanden voor België, krijgt hij na aankomst een BIVR, waarvan de vervaldatum 3 maanden vroeger valt dan die van de reistitel.
De rol van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) Het CGVS heeft geen enkele bevoegdheid om staatloosheid toe te kennen. Zij is wel bevoegd voor het afleveren van documenten van de burgerlijke stand (geboorteakte, celibaatsattest, …) en andere officiële documenten die normaliter door de nationale overheden worden afgeleverd.
|