Home > 

Print deze pagina

Nieuwsbrief Vreemdelingenrecht en Internationaal Privaatrecht

22 september 2011

ruler
1.  Nieuwe wet gezinshereniging geldt vanaf 22 september 2011 ruler
2.  Wettig verblijf vereist voor inschrijving in volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2011 ruler
3.  Economische regularisatie: verlenging statuut door hernieuwing of nieuwe arbeidskaart B ruler
4.  Tewerkstelling ouders van minderjarige Belgische kinderen: praktijk na arrest Zambrano ruler
5.  Overzichtsnota RvV omtrent het rolrecht ruler
6.  Bestaansmiddelen voor verblijf van niet-EU student 2011-2012 ruler
7.  Leefloon bedragen aangepast op 1 september 2011 ruler
8.  OCMW-taken bij illegaal verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen ruler
9.  Nieuwe brochure CGVS voor vrouwen en meisjes die asiel aanvragen ruler
10.  Studiedagen en vormingen vreemdelingenrecht 

ruler

ruler
ruler
1.   Nieuwe wet gezinshereniging geldt vanaf 22 september 2011 

De wet van 8 juli 2011 maakt de regels voor gezinshereniging met Belgen, Unieburgers en derdelanders aanzienlijk strenger en complexer. Door publicatie in het Belgisch Staatsblad op 12 september 2011 is de wet van kracht sinds 22 september 2011. Wat verandert er zoal?

  • De nieuwe regels en voorwaarden gelden voor alle aanvragen gezinshereniging die op 22/9/2011 nog niet (definitief) beslist zijn. De wet voorziet geen overgangsregeling. Daardoor zijn de wijzigingen van de wet onmiddellijk van kracht.
  • De documenten en procedures wijzigen pas officieel wanneer een uitvoeringsbesluit in het BS gepubliceerd wordt. De Minister en Staatssecretaris voor Migratie en Asielbeleid ondertekenden een KB (dat het Verblijfsbesluit van 8/10/1981 en de bijlagen daarbij en twee bijzondere uitvoeringsbesluiten wijzigt). Het is nu wachten op publicatie daarvan in het BS. Het Kruispunt Migratie-Integratie kon het KB al inkijken.

Familie van een Belg (artikel 40ter Vw)

  • Ouders (ascendenten) van een (meerderjarige) Belg hebben geen recht meer op gezinshereniging.
  • Ouders van een minderjarige Belg kunnen zich bij hun kind in België voegen via de procedure gezinshereniging. Dat werd vroeger alleen toegestaan via de regularisatieprocedure.
  • Om zijn echtgenoot, partner of kinderen te laten overkomen moet de Belg bewijzen dat hij een inkomen heeft van minstens 120 % van het leefloon (= 1232, 29 eur/m) en dat niet mag bestaan uit OCMW-steun, gezinsbijslag, wachtuitkering en overbruggingsuitkering; werkloosheidsuitkering telt wel mee voor wie bewijst actief werkzoekend te zijn. 120 % van het leefloon is slechts een referentiebedrag. Wanneer men een inkomen heeft lager dan het referentiebedrag zal de DVZ onderzoeken of de bestaansmiddelen voldoende zijn op basis van de eigen behoeften van het gezin.
  • De Belg moet voor al zijn familieleden bewijzen dat hij beschikt over voldoende huisvesting en een ziekteverzekering. De voldoende huisvesting kan volgens het goedgekeurde KB (dat nog moet gepubliceerd worden) bewezen worden met een geregistreerd huurcontract of notariële eigendomstitel van de hoofdverblijfplaats.
  • Voor gezinshereniging van echtgenoot of partner moeten de Belg en zijn echtgenoot of partner beide ouder zijn dan 21 jaar.
  • Let op: bovenstaande nieuwe voorwaarden kunnen niet gelden voor Belgen en hun familie die gebruik maken van het vrij personenverkeer binnen de EU (en die daarna terugkeren naar België).
  • De criteria voor gezinshereniging op basis van een duurzame relatie met een partner worden strenger (2 in plaats van 1 jaar voorafgaande relatie).
  • De Belg en zijn echtgenoot of partner moeten het recht van bewaring hebben over hun kinderen.
  • De controleperiode op voorwaarden nadat de gezinshereniging is toegestaan, wordt opgetrokken van 2 naar 3 jaar.
  • Voor weigering of beëindiging van het verblijfsrecht moet DVZ een evenredigheidstoets uitvoeren. DVZ moet het feit dat een bepaalde voorwaarde voor gezinshereniging met een Belg niet (meer) vervuld is (bij de aanvraag of tijdens de eerste 3 jaar van het verblijf), afwegen tegenover de verblijfsduur, leeftijd, gezondheid, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in België en tegenover de bindingen met het land van oorsprong.

Familie van een Unieburger (artikel 40bis Vw)

  • De Unieburger en zijn (niet-gelijkgestelde) partner moeten beide ouder zijn dan 21 jaar
  • De criteria voor gezinshereniging op basis van een duurzame relatie met een partner worden strenger (2 in plaats van 1 jaar voorafgaande relatie).
  • De Unieburger en zijn echtgenoot of partner moeten het recht van bewaring hebben over hun kinderen.
  • De controleperiode op alle voorwaarden nadat de gezinshereniging is toegestaan, wordt opgetrokken van 2 naar 3 jaar, behalve voor familie van een EU-student. Voor hen blijft de huidige regeling gelden.
  • Voor weigering of beëindiging van het verblijfsrecht moet DVZ een evenredigheidstoets uitvoeren. DVZ moet het feit dat een bepaalde voorwaarde voor gezinshereniging met een Unieburger niet (meer) vervuld is (bij de aanvraag of tijdens de eerste 3 jaar van het verblijf), afwegen tegenover de verblijfsduur, leeftijd, gezondheid, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in België en tegenover de bindingen met het land van oorsprong.

Familie van een derdelander met onbeperkt verblijf (artikel 10 Vw)

  • Om zijn echtgenoot of partner en de (niet-gemeenschappelijke) kinderen van zijn samenwonende partner te laten overkomen moet de derdelander met onbeperkt verblijfsrecht bewijzen dat hij een inkomen heeft van minstens 120 % van het leefloon (= 1232, 29 eur/m) en dat niet mag bestaan uit OCMW-steun, gezinsbijslag, wachtuitkering en overbruggingsuitkering; werkloosheidsuitkering telt wel mee voor wie bewijst actief werkzoekend te zijn. 120 % van het leefloon is slechts een referentiebedrag. Wanneer men een inkomen heeft lager dan het referentiebedrag zal de DVZ onderzoeken welke bestaansmiddelen voldoende zijn op basis van de eigen behoeften van het gezin. Deze voorwaarde geldt niet voor familie van een erkend vluchteling als de familieband al bestond voor deze in België aankwam en de gezinshereniging gevraagd wordt binnen het jaar na de erkenning als vluchteling.
  • Een niet-EU onderdaan met onbeperkt verblijfsrecht moet soms een voorafgaand verblijf bewijzen van tenminste 1 jaar onbeperkt verblijfsrecht.
    • Opmerking Kruispunt M-I: volgens de EU-richtlijn kan een voorafgaand verblijf geëist worden, maar dan moet elk wettig voorafgaand verblijf in aanmerking komen, dus ook een tijdelijk verblijfsrecht van 1 jaar.
    • Opmerking Kruispunt M-I: de nieuwe wet eist alleen een voorafgaand verblijf van 1 jaar voor gezinshereniging met een derdelander met onbeperkt verblijfsrecht; de voorwaarde geldt niet voor een derdelander met beperkt verblijfsrecht (die dus onmiddellijk familieleden bij zich kan voegen). De wetgever heeft deze ongelijke behandeling niet verantwoord; mogelijk is ze in strijd met het grondwettelijk discriminatieverbod. 
  • Er is een bewijs van “voldoende huisvesting” nodig. Het goedgekeurde KB (dat nog moet gepubliceerd worden) behoudt de bestaande bewijsmodaliteiten: een geregistreerd huurcontract of notariële eigendomstitel van de hoofdverblijfplaats. Ook het bewijs van de ziekteverzekering blijft behouden. Deze voorwaarden gelden niet voor familie van een erkend vluchteling als de familieband al bestond voor deze in België aankwam en de gezinshereniging gevraagd wordt binnen het jaar na de erkenning als vluchteling.
  • De criteria voor een duurzame relatie met een partner worden strenger (2 in plaats van 1 jaar voorafgaande relatie)
  • Visumplichtige echtgenoten en partners van derdelanders en meerderjarige gehandicapte kinderen kunnen in België geen statuutswijziging meer doen van een kort (toeristisch) verblijf naar gezinshereniging. Zij moeten een visum gezinshereniging (of een visum met het oog op huwelijk of samenwoonst) aanvragen bij de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post voor hun herkomstland. 
  • In de procedure voor aanvragen ingediend vanuit wettig verblijf in België wordt een ontvankelijkheidsfase ingevoerd waardoor het familielid pas na maximum 5 maanden een attest van immatriculatie krijgt.
  • De behandelingstermijn van een aanvraag gezinshereniging wijzigt van 9 naar 6 maanden (2x verlengbaar met 3 maanden).
  • Voor weigering of beëindiging van het verblijfsrecht moet DVZ een evenredigheidstoets uitvoeren. DVZ moet het feit dat een bepaalde voorwaarde voor gezinshereniging met een derdelander niet (meer) vervuld is (bij de aanvraag of tijdens de eerste 3 jaar van het verblijf), afwegen tegenover de gezinsband en verblijfsduur in België, en tegenover de familiebanden of culturele of sociale banden in het land van herkomst.
  • Bij weigering of intrekking van het verblijf van een familielid van een derdelander met onbeperkt verblijfsrecht kunnen de kosten van repatriëring in sommige gevallen verhaald worden op de persoon die vervoegd werd.

Familie van een derdelander met beperkt verblijf (artikel 10bis Vw)

  • Om zijn echtgenoot, partner en kinderen te laten overkomen moet de derdelander met beperkt verblijfsrecht bewijzen dat hij een inkomen heeft dat gelijk is aan tenminste 120 % van het leefloon (= 1208,13 eur/m) en dat niet mag bestaan uit OCMW-steun e.a. Dit is slechts een referentiebedrag. Wanneer men een inkomen heeft lager dan het referentiebedrag zal de DVZ onderzoeken welke bestaansmiddelen voldoende zijn op basis van de eigen behoeften van het gezin. Deze voorwaarde geldt niet voor familie van een vreemdeling met subsidiaire bescherming als de familieband al bestond voor deze in België aankwam en de gezinshereniging gevraagd wordt binnen het jaar na de toekenning van subsidiaire bescherming.
  • De criteria voor een duurzame relatie met een partner worden strenger (2 in plaats van 1 jaar voorafgaande relatie).
  • Er is een bewijs van “voldoende huisvesting” nodig. Het goedgekeurde KB (dat nog moet gepubliceerd worden) behoudt de bestaande bewijsmodaliteiten: een geregistreerd huurcontract of notariële eigendomstitel van de hoofdverblijfplaats. Ook het bewijs van de ziekteverzekering blijft behouden.
    • Opmerking Kruispunt M-I: het is onduidelijk of de voorwaarden van huisvesting en ziekteverzekering ook gelden voor de familie van een vreemdeling met subsidiaire bescherming als de familieband al bestond voor deze in België aankwam en de gezinshereniging gevraagd wordt binnen het jaar na de toekenning van subsidiaire bescherming. De wetgever wou die voorwaarden niet doen gelden voor deze groep, maar dat werd niet sluitend juridisch geregeld.
  • Het meer voordelige recht op gezinshereniging dat vervat zit in de bilaterale tewerkstellingsakkoorden die België in de jaren ’60 en ’70 afsloot met Marokko, Turkije, Algerije, Tunesië en de landen van ex-Joegoslavië wordt zo beperkt dat het (quasi) niet meer ingeroepen kan worden.
    • Opmerking Kruispunt M-I: de bilaterale akkoorden bestaan nog en hebben directe werking. Volgens vaststaande rechtspraak is de wetgever niet bevoegd om de werking van internationale verdragen eenzijdig in te perken of te interpreteren.
  • Er is geen voorafgaand verblijf vereist voor gezinshereniging met een derdelander met beperkt verblijf.
    • Opmerking Kruispunt M-I: als die derdelander dan een onbeperkt verblijfsrecht krijgt, is de overgang voor het familielid niet expliciet geregeld. We veronderstellen dat het familielid in dat geval zijn verblijfsrecht behoudt en ook in aanmerking komt voor een onbeperkt verblijf na 3 jaar verblijfsrecht als familielid.
  • Volgens het goedgekeurde KB (dat nog moet gepubliceerd worden) kunnen visumplichtige echtgenoten en partners van niet-EU onderdanen en meerderjarige gehandicapte kinderen in België geen statuutswijziging meer doen van een kort (toeristisch) verblijf naar gezinshereniging (tenzij wanneer zij buitengewone omstandigheden kunnen inroepen). Zij moeten in principe een visum gezinshereniging (of een visum met het oog op huwelijk of samenwoonst) aanvragen bij de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post voor hun herkomstland.
  • De behandelingstermijn van een aanvraag gezinshereniging wijzigt van 9 naar 6 maanden (2x verlengbaar met 3 maanden).
  • Voor weigering of beëindiging van het verblijfsrecht moet DVZ een evenredigheidstoets uitvoeren. DVZ moet het feit dat een bepaalde voorwaarde voor gezinshereniging met een derdelander niet (meer) vervuld is (bij de aanvraag of tijdens de eerste 3 jaar van het verblijf), afwegen tegenover de gezinsband en verblijfsduur in België, en tegenover de familiebanden of culturele of sociale banden in het land van herkomst.
  • Kosten van repatriëring kunnen niet verhaald worden bij weigering of intrekking van het verblijf van het familielid 

Bron: Wet van 8/7/2011 tot wijziging van de Verblijfswet (BS 12/9/2011)

>>Download de gecoördineerde Verblijfswet van 15/12/1980 (versie 22/9/2011)

>>Het Kruispunt Migratie-Integratie bundelde juridisch-technische opmerkingen bij de nieuwe wet.

>>Lees de voorwaarden en procedures gezinshereniging op vreemdelingenrecht.be (geactualiseerd)


Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw


ruler
2.   Wettig verblijf vereist voor inschrijving in volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2011 

Vreemdelingen die zich willen inschrijven voor een opleiding in een Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) of Centrum Basiseducatie (CBE), moeten vanaf schooljaar 2011-2012 bewijzen dat ze over een wettig verblijf beschikken. Dat volgt uit het Onderwijsdecreet XXI van 1/7/2011 (BS 30/8/2011).

Het verblijf moet wettig zijn op het moment van de inschrijving. Als cursisten zich in de loop van dit schooljaar inschrijven voor een nieuwe module, moeten ze dit bewijs opnieuw voorleggen.

Het Vlaamse Ministerie van onderwijs heeft een vademecum gemaakt met alle verblijfsdocumenten die in aanmerking komen.
>>lees meer over inschrijvingsvoorwaarden volwassenenonderwijs

Bron: Decreet betreffende het onderwijs XXI van 1/7/2011 (BS 30/8/2011)


Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw



ruler
3.   Economische regularisatie: verlenging statuut door hernieuwing of nieuwe arbeidskaart B 

Om een ’nieuwe’ arbeidskaart B te bekomen, moet ofwel de oude arbeidskaart ’hernieuwd’ worden (voor hetzelfde beroep, door dezelfde of een andere werkgever), ofwel een totaal nieuwe arbeidskaart B aangevraagd worden. In beide gevallen kan de minister een individuele afwijking toestaan op grond van art. 38 §2 KB (voor een ander beroep, waarvoor geen vrijstelling van arbeidsmarktonderzoek bestaat). Een afwijking moet expliciet gevraagd worden door de werkgever. De procedure voor hernieuwing of nieuwe arbeidskaart B wordt best opgestart 3 maanden voor de verblijfskaart vervalt.

Economische regularisatie (criterium 2.8.B van de instructie van 19 juli 2009) geeft aanleiding tot een tijdelijke verblijfsvergunning. Het gaat om een elektronische verblijfskaart A die 1 jaar geldig is en die vernieuwd kan worden als betrokkene gedurende het eerste jaar effectief heeft gewerkt én voor het jaar daarna nog een arbeidscontract heeft waarvoor hij opnieuw een arbeidskaart B heeft gekregen.

Om een ’nieuwe’ arbeidskaart B te bekomen, moet ofwel de oude arbeidskaart ’hernieuwd’ worden, ofwel een totaal nieuwe arbeidskaart B aangevraagd worden.

Hernieuwing arbeidskaart B

De arbeidskaarten B i.k.v. de regularisatie 2.8.B worden afgeleverd op grond van art. 38 §2 van het KB van 9 juni 1999: “een gemotiveerde beslissing voor individuele behartenswaardige gevallen om economische of sociale reden”. Het Koninklijk Besluit van 7 oktober 2009 (B.S. 14/10/2009) regelt de aanvraag en toekenning van deze arbeidskaart B.

Voordeel van een hernieuwing is dat de volgende arbeidskaart B niet moet voldoen aan de (strenge) voorwaarden van art. 8 en 10: geen arbeidsmarktonderzoek en geen bilateraal akkoord (art. 32). Nadeel is dat een hernieuwing enkel kan voor “hetzelfde beroep” (bij eenzelfde of een andere werkgever) (art. 31).

Nieuwe arbeidskaart B

Wie na een jaar (of na ontslag binnen het jaar) niet verdergaat in "hetzelfde beroep", moet een heel nieuwe arbeidskaart B aanvragen. En dan gelden de principes van de regularisatiecampagne niet meer: het KB van 7 oktober 2009 regelt alleen de toekenning van de eerste arbeidskaart B.

Een nieuwe arbeidskaart B wordt afgeleverd onder de algemene voorwaarden van het KB van 9 juni 1999: 

  • ofwel na arbeidsmarktcontrole en bilateraal akkoord (art. 8+10)
  • ofwel voor één van de beroepen op de uitzonderingslijst van art. 9 (hoogopgeleiden e.d.) 
  • ofwel voor een knelpuntberoep (enkel voor Roemenen en Bulgaren) (art. 38quater §3)

De minister kan evenwel óók voor de nieuwe arbeidskaart B gebruik maken van de afwijking uit art. 38 §2: indien de aanvrager niet aan de algemene voorwaarden voldoet, kan hij een individuele afwijking toestaan om economische of sociale reden. Zowel Vlaanderen als Brussel blijkt ook voor nieuwe arbeidskaarten gebruik te maken van deze afwijkingsmogelijkheid uit art. 38§2 KB. De werkgever (die de nieuwe arbeidskaart aanvraagt) moet deze afwijking wel uitdrukkelijk motiveren.

Tijdig aanvragen!

De werkgever moet tijdig de arbeidskaart laten ‘hernieuwen’ of een nieuwe arbeidskaart B aanvragen. Deze procedure neemt ongeveer 4 à 6 weken in beslag. Het is belangrijk dat de werknemer de nieuwe arbeidskaart B in zijn bezit heeft op het moment dat hij zijn elektronische A-kaart moet verlengen. De verlenging van de A-kaart moet de werknemer aanvragen tussen de 45ste en de 30ste dag vóór het einde van de geldigheid van de kaart. De werknemer moet dus op tijd zijn (nieuwe) werkgever op de hoogte brengen van de te ondernemen stappen:

  • 3 maanden voor de verblijfskaart vervalt,
  • en als de arbeidskaart lang voor de verblijfskaart vervalt: 6 weken voor de arbeidskaart B vervalt.

>>Lees meer over de arbeidskaart B


Bericht van Foyer vzw



ruler
4.   Tewerkstelling ouders van minderjarige Belgische kinderen: praktijk na arrest Zambrano 

In het arrest Ruiz Zambrano van 8 maart 2011 (zie nieuwsbrief 2011 nr. 5) veroordeelde het Europees Hof van Justitie België tot het aanpassen van haar praktijk met betrekking tot het verblijfsrecht en het recht op tewerkstelling van ouders van minderjarige Belgische kinderen.

Sinds 22 september 2011 voorziet de Verblijfswet een recht op gezinshereniging voor ouder van minderjarige Belgische kinderen: zie het eerste nieuwsbericht van deze nieuwsbrief.

  • Het Grondwettelijk Hof oordeelde eerder (arrest 3 november 2009) dat de ouder van een minderjarig Belgisch kind gezinshereniging moet kunnen krijgen als de ouder via inkomsten uit tewerkstelling zichzelf en zijn kind zou kunnen onderhouden.
  • De gewijzigde Verblijfswet voorziet sinds 22 september 2011 een recht op gezinshereniging voor ouders van minderjarige Belgische kinderen, zonder verdere materiële voorwaarden.

De wetgeving op tewerkstelling van buitenlandse werknemers (Wet 30 april 1999 en KB 9 juni 1999) is niet aangepast. FOD WASO nam na het arrest van het Hof van Justitie volgend standpunt in wat betreft de tewerkstelling van deze categorie van vreemdelingen. Sinds mei 2011 geldt deze praktijk:

  • Ouders van Belgische minderjarige kinderen genieten een vrijstelling van arbeidskaart vanaf enige inschrijving in de registers in het kader van de gezinsherenigingsprocedure. Vanaf de aflevering van het Attest van Immatriculatie tot Bijlage 35 (tijdens de beroepsprocedure voor de RvV) kan de vreemdeling werken, vrijgesteld van arbeidskaart (Artikel 2, 1°c) of artikel 2, 2°b) K.B. 9 juni 1999).
  • Ouders in de regularisatie hebben geen recht om te werken tijdens de procedure. Pas na het verkrijgen van een verblijfsrecht voor onbeperkte duur, genieten ze een vrijstelling van arbeidskaart op grond van artikel 2, 3°b) K.B. 9 juni 1999.

Bron: e-mail 6/9/2011 van FOD WASO aan Kruispunt M-I


Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw


ruler
5.   Overzichtsnota RvV omtrent het rolrecht 

De wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen voerde een rolrecht bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in. De RvV heeft nu een nota uitgebracht die de regels rond het rolrecht verduidelijkt.

De overzichtsnota over RvV rolrecht van advocaten (pro-deo) bespreekt verschillende situaties die kunnen ontstaan en de bijbehorende stappen die kunnen worden ondernomen indien er problemen zijn onstaan.


Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen


ruler
6.   Bestaansmiddelen voor verblijf van niet-EU student 2011-2012 

Voor het school- of academiejaar 2011-2012 moeten derdelanders die in België een verblijfsrecht als student willen bekomen, bestaansmiddelen van minstens 588 euro per maand aantonen.

Aan een garant (tenlastenemer) vraagt DVZ een eigen inkomen te bewijzen van 860 euro, en 150 euro per bijkomende persoon ten laste. Het netto-inkomen van de garant zonder personen ten laste moet bijgevolg 1448 euro zijn (860 + 588).

Bron: Bericht van de Dienst Vreemdelingenzaken in het BS van 2/9/2011 en telefonische info van DVZ aan Kruispunt M-I

>>Lees meer over het verblijfsstatuut van niet-EU studenten


Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw


ruler
7.   Leefloon bedragen aangepast op 1 september 2011 

Het KB van 13 augustus 2011 verhoogt de basisbedragen van het leefloon. De omzendbrief van 23 augustus 2011 vermeldt de geïndexeerde leefloonbedragen aan de OCMW’s.

Per 1 september 2011 bedraagt het leefloon:

  • voor een samenwonende (categorie 1): 513,46 euro per maand of 6.161,46 euro per jaar
  • voor een alleenstaand persoon (categorie 2): 770,18 euro per maand of 9.242,20 euro per jaar
  • voor iemand met een gezin ten laste (categorie 3): 1.026,91 euro per maand of 12.322,93 euro per jaar.

Bericht van Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten


ruler
8.   OCMW-taken bij illegaal verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen 

Fedasil stelde heel wat informatie ter beschikking van de OCMW's in verband met de opvang van gezinnen met kinderen in onwettig verblijf.

Illegaal verblijvende gezinnen met kinderen hebben recht op dringende medische hulp of materiële opvang als ze aan de voorwaarden voldoen. In het kader van de materiële opvang heeft Fedasil een samenwerkingsprotocol afsloten met de DVZ.

Fedasil heeft een informatieve nota geschreven voor de OCMW’s. Hierin wordt ondermeer verwezen naar de informatieplicht van de OCMW’s om de gezinnen die in aanmerking komen voor materiële hulp te informeren en met een sociaal onderzoek na te gaan of ze aan de voorwaarden voldoen. Ter ondersteuning van deze informatieplicht heeft Fedasil een infofiche in meerdere talen ontworpen. 

Het wordt soms wat complexer wanneer gezinnen met kinderen in onwettig verblijf andere verblijfsprocedures of een OCMW-steunaanvragen hebben ingediend. De FAQ van Fedasil en een geactualiseerde VVSG-nota lichten de geldende regels dan toe.

Op onze website zoomen we in op de volgende situaties:

Bronnen

Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw 

ruler
9.   Nieuwe brochure CGVS voor vrouwen en meisjes die asiel aanvragen

Vanaf 19 september 2011 geeft de DVZ bij elke intake van een vrouwelijke asielzoekster vanaf 16 jaar een nieuwe infobrochure van CGVS.

De brochure bevat:

  • informatie over de asielprocedure die specifiek nuttig is voor vrouwen (en adolescenten van
    16-17 jaar).
  • informatie over andere aspecten van het leven in België of over specifieke thema’s
    (gezondheid, gelijkheid tussen man en vrouw, huiselijk geweld, FGM, mensenhandel…).

>>Meer info over de brochure


Bericht van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen


ruler
10.   Studiedagen en vormingen vreemdelingenrecht 

Studiedag Vreemdelingen en zelfstandige activiteit

  • organisatie: ODiCe vzw ism de stad Gent
  • datum: 18 oktober 2011 (9u tot 17u)
  • locatie: Auditorium De Schelde, PAC Zuid, Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent
  • voor: iedereen
  • waarover: mogelijkheden voor vreemdelingen om als zelfstandige aan de slag te gaan en een verblijfsrecht te bekomen; schijnsituaties
  • met sprekers van FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, UNIZO, Zenito, Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, de Stad Gent en ODiCe vzw
  • voor advocaten werden 6 juridische punten als permanente vorming aangevraagd bij de OVB
  • meer info: www.odice.be 

Vorming niet begeleide minderjarige vreemdelingen

  • organisatie: Vluchtelingenwerk Vlaanderen
  • datum: 7 oktober 2011 (9u30-12u30)
  • locatie: Kruispunt M-I, Vooruitgangstraat 323/1, 1030 Brussel
  • waarover: het wetgevend kader voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers en andere niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Er wordt hierbij dieper ingegaan op de rol van de Dienst Voogdij, het leeftijdsonderzoek, opvang, de rol van de voogd en actualiteit.
  • meer info: www.vluchtelingenwerk.be 

Basisvormingen asielrecht

  • organisatie: Vluchtelingenwerk Vlaanderen
  • datum: diverse van september tot december 2011
  • locatie: op verschillende plaatsen
  • waarover: basisvormingen over o.a. asiel, de asielprocedure en vluchtverhaalanalyse.
  • meer info: www.vluchtelingenwerk.be 

La réforme du droit au regroupement familial

  • organisatie: ADDE
  • datum: 6 oktober 2011 (13u30 tot 18u)
  • locatie: ULB,Salle Duprée, Bâtiment S (eerste verdieping, Avenue Jeanne 44, 1050 Bruxelles)
  • voor: iedereen
  • waarover: hervorming gezinshereniging
  • meer info: www.adde.be 

Studienamiddag Vrouwelijke genitale verminkingen

  • organisatie: vzw Intact en provincie Antwerpen
  • datum: 29 september (13u tot 16u15)
  • locatie: Provinciehuis Antwerpen, raadzaal
  • voor:hulpverleners binnen de sektor van het intra-familiaal - en partnergeweld van de Provincie Antwerpen waaronder ook de politie, Justitie, OCMW’s, en artsen.
  • waarover: medische en juridische aspecten van genitale verminking
  • meer info op flyer en via ann.belien@welzijn.provant.be 

En vele andere vormingen en studiedagen: vormingsagenda vreemdelingenrecht en IPR


Bericht van Kruispunt Migratie-Integratie vzw

 

ruler
Label
 
Laatste wijziging: 6/11/2012
Meld fout op de pagina