17 januari 2017

Om Belg te worden, moet je een specifieke vorm van wettelijk verblijf aantonen. Het hof van beroep van Antwerpen oordeelde in zijn arrest van 13 juni 2016 dat het attest van immatriculatie (hierna: AI) tijdens een procedure gezinshereniging, dit wettelijk verblijf niet bewijst. Verschillende rechtbanken van eerste aanleg en hogere rechtspraak stellen nochtans dat het AI wel als bewijs van wettelijk verblijf kan gelden.

 

Voorwaarde van wettelijk verblijf voorafgaand aan de nationaliteitsaanvraag

Om de Belgische nationaliteit aan te vragen, is volgens artikel 7bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (hierna: WBN) een wettig verblijf nodig:

  • Op het moment van de aanvraag moet de aanvrager een verblijfsrecht van onbeperkte duur hebben: hiervoor komt het AI sowieso niet in aanmerking.
  • Voor de voorafgaande periode is een toelating of machtiging om meer dan 3 maanden in het Rijk te verblijven nodig. Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 (hierna: KB) somt op welke bewijzen aanvaard worden als bewijs van een toelating of machtiging voor meer dan 3 maanden: de elektronische A, B, C, D, E, E+, F, F+ en H kaart en de bijlage 15 in bepaalde gevallen. Het AI staat niet in de lijst.

De gemeente levert een AI af tijdens verschillende verblijfsprocedures en de geldigheidsduur van het AI verschilt naargelang de procedure. De meest voorkomende procedures zijn de procedure gezinshereniging met een Belg of Unieburger, en de asielprocedure. In dit arrest gaat het om een AI tijdens een procedure gezinshereniging.

Ook al staat het AI niet opgesomd in de lijst van bewijsmiddelen van het KB, toch rijst de vraag of het AI onder de definitie van artikel 7bis, §2, 2° WBN valt: een toelating of machtiging om meer dan 3 maanden in het Rijk te verblijven of om er zich te vestigen.

 

Verschillende rechtbanken van eerste aanleg en hogere rechtspraak: AI is wél een bewijs van wettelijk verblijf

De meningen zijn verdeeld. Verschillende rechtbanken van eerste aanleg (onder meer Antwerpen, Gent en Bergen) oordeelden al dat het AI in het kader van een procedure gezinshereniging met een Belg of Unieburger beschouwd moet worden als wettelijk verblijf in de zin van de nationaliteitswet om volgende redenen:

  • Het AI is 6 maanden (dus meer dan 3 maanden) geldig,
  • De F kaart, die DVZ na een positieve beslissing in de gezinsherenigingsprocedure aflevert, heeft een declaratief karakter. Dat wil zeggen dat wanneer DVZ de F kaart toekent, het verblijfsrecht geacht wordt te bestaan vanaf het moment van de aanvraag, dus inclusief de aanvraagperiode met AI. Dat volgt uit vaststaande rechtspraak (zie o.a. Hof van Justitie nr. 48/75 van 8 april 1976, Raad van State nr. 208.587 van 29 oktober 2010 en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nr. 44.247 van 28 mei 2010).

Ook een erkenning als vluchteling heeft een declaratief karakter. Daarom kan men het AI dat de gemeenten tijdens de asielprocedure afleveren ook beschouwen als bewijs van wettelijk verblijf. Zo sprak de rechtbank van Luik zich uit in een vonnis van 23 februari 2015. 

 

Hof van beroep van Antwerpen: declaratief karakter F kaart is niet van toepassing

Het hof van beroep van Antwerpen beschouwt het AI niet als een bewijs van wettelijk verblijf voorafgaand aan de nationaliteitsaanvraag. Het hof geeft daarvoor verschillende redenen, onder meer:

  • Het KB dat de bewijsmiddelen opsomt is duidelijk en een duidelijke wettekst moet niet geïnterpreteerd worden: het AI staat niet in de lijst van bewijsmiddelen van het KB en mag dan ook niet beschouwd worden als een bewijs van wettelijk verblijf.
  • De rechtspraak over het declaratieve karakter van de F kaart is niet van toepassing: het zou gaan om rechtspraak in de specifieke context van het vreemdelingen- en verblijfsrecht en kan niet toegepast worden op de Belgische nationaliteitswetgeving.

Het verblijf tijdens de procedure gezinshereniging, gedekt door het AI, kan volgens het hof dus niet meegeteld worden ter bewijs van 5 jaar onafgebroken wettelijk verblijf.

 

Gevolg en bedenking

Het arrest van het hof van beroep van Antwerpen zorgt op korte termijn in het rechtsgebied Antwerpen wellicht voor een meer eenduidige toepassing van de nationaliteitswetgeving. De rechtspraak van de rechtbanken van eerste aanleg was voordien verdeeld.

Toch is hiermee waarschijnlijk niet alles gezegd. Andere hoven van beroep oordelen misschien anders dan dit arrest van het Hof van beroep Antwerpen:

  • dit arrest gaat in tegen vaststaande hogere rechtspraak, zowel internationaal als ook intern (bv. Raad van State en Hof van Cassatie). Over dezelfde kwestie in de vorige nationaliteitswetgeving oordeelde het Hof van Cassatie op 20/2/2009 positief over het AI. Misschien brengt het Hof van Cassatie opnieuw duidelijkheid in deze materie?
  • dit arrest gaat over het AI tijdens een procedure gezinshereniging. Maar wat met het AI dat in andere procedures, zoals de asielprocedure, wordt afgeleverd? Geen rekening houden met het AI is in dat geval niet alleen strijdig met het declaratieve karakter van de erkenning als vluchteling, maar ook met artikel 34 van de Conventie van Genève. Dat artikel legt de verdragsstaten op om de toegang tot nationaliteitsverwerving voor erkende vluchtelingen te versoepelen.

En enkele lagere rechtspraak:

Betreffende het declaratief karakter van de F kaart:

Over de vorige nationaliteitswetgeving: